Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halt te maken. Terwijl Denemarken nog in alle opzichten, zoowel door zijn verbinding met de EIbe-hertogdommen als ook door zijn inwendige ontwikkeling, aan dat leven deelnam en bleef deelnemen, schenen Zweden en Noorwegen geheel daaraan onttrokken. Slechts een oogenblik gaf in 1848 de ontevredenheid over het voortduren der oude staatsinrichting aanleiding tot oproerige tooneelen te Stockholm, met geen ander gevolg , dan dat koning Oscar bevreesd werd voor de liberale beweging en zich voortaan aansloot bij de conservatieven. En werkelijk wist hij elke verandering tegen te houden. Wel werd iu Zweden meer en meer de overtuiging onder de natie verbreid, dat de eigenaardige, ouderwetsche vorm der landsvertegenwoordiging (de vier standen van den rijksdag) en de volstrekte heerschappij der Staatskerk een groot beletsel was voor verdere ontwikkeling, en begon deze in te zien dat alle kleine wijzigingen, welke 't soms moeite genoeg kostte ingevoerd te krijgen, zoo goed als niets hielpen, maar het gelukte noch vóór 1848 aan de regeering, noch daarna aan de meer liberale elementen in de standen, eenige wijziging van belang door te zetten, zoodat alles bij het oude bleef.

lil Noorwegen daarentegen was de tijd van voortdurende conflicten tusschen regeering en natie, welken Karei XIV Jan (Bernadotte) beleefd had, voorbij; onder Oskar 1 was er niets wat voorspelde dat deze bezwaren, hoewel op geheel andere wijze, in een later tijdperk zouden herleven. Alleen viel het in het oog, dat de natie een hoe langer hoe meer zuiver democratisch karakter kreeg, niet zoozeer omdat de adel bij de wet reeds onder Bernadotte was afgeschaft, als omdat het landbezit zoodanig verdeeld was, dat er in 't geheel geen grootgrondbezitters meer waren en de democratische partij in de vertegenwoordiging, den Storthing, haar kracht had in de afgevaardigden van het land, in de boeren. Dezen waren het ook, die in de laatste jaren van Oskars regeering (hij stierf in 1859) tegen het handhaven der verbinding met Zweden begonnen bezwaar te maken, t Was eigenaardig, dat het juist de tijd was, waarin de welvaart in Noorwegen buitengemeen begon toe te nemen en juist de land- en kustbevolking daardoor tot het bewustzijn harer beteekenis kwam. Ook in Zweden begon een tijd van grooter welvaart, en dit verleende nieuwe krachten aan de vrijzinnige partij. Een enkele keer gelukte het den liberalen een kleine overwinning te behalen, zooals toen in Noorwegen iu 18Ö1 den Joden het recht om hun godsdienst uit te oefenen werd toegestaan. Maar het

43

Sluiten