Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toestand van bet Britsche rijk na den Krimoorlog.

V TJ F D E HOOFDSTUK.

DE INDISCHE OPSTAND.

ISa den vrede van Parijs trok zich Engeland weder terug in dat isolement, dat het reeds zoo dikwijls gelegenheid had gegeven geen nadeel te lijden van de veranderde toestanden en verhoudingen van het Europeesche vaste land. Niet omdat Engeland zich bewust was dat actieve deelneming aan de Europeesche staatkunde zijn krachten te boven ging. Integendeel, hoevele ook de gebreken waren welke de oorlog had aan den dag gebracht, de Engelsche natie achtte zich nog altijd volkomen bij machte om, als het noodig was, in Europa tusschenbeide te komen, en zijn toenmalige leider, de misschien meest zuivere vertegenwoordiger van alle bijzonder Engelsche eigenschappen, goede en slechte, lord Palmerston, was maar al te bereid om te pas of te onpas Engeland in de zaken van het vaste land te mengen. Maar toch, hoewel niet alle zaken in het Oosten waren geschikt, zooals hij en zijne medestanders meenden dat Engelands belang en diensvolgens ook het algemeen belang eischte (want dat was voor hem hetzelfde), in de hoofdzaak was verkregen, waarnaar gestreefd was. Rusland zou in langen tijd niet weder trachten het Oostersche vraagstuk op te lossen ten eigen bate, en daarmede was de Britsche natie voor het oogenblik tevreden. Daarenboven, de Britsche natie was een praktische, actieve natie, die eiken oorlog in de eerste plaats beschouwde uit het uogpunt van de winst die er mede te behalen was, en die ten slotte the winst maar zelden evenredig aan de kosten achtte. En nu had ile Knmoorlog Engelands handel wel weinig geschaad, maar de vrede bracht toch nog veel meer voordeel.

Sluiten