Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wiens titel, meer dan die van eenigen anderen in Indië, een wettige kon heeten, en wiens voorvaderen alle bewoners van Indië, Hindoes en Muzelmannen, sinds eeuwen gewoon waren te vereeren als hun gemeenschappelijken opperheer. Het stond dan ook te verwachten dat het voor de Engelsche regeering geen gemakkelijke taak zou zijn den opstand te bedwingen, vooral niet met de middelen, waarover zij beschikte. Want in Bengalen en de centrale provinciën waren bijna geen Europeesche troepen. Behalve die welke naar China en Perzië waren gezonden, waren deze verspreid over de garnizoenen in en om den Pendschab; enkele regimenten waren zelfs naar de pas onderworpen Birmahnsche landen gezonden, waar men onlusten vreesde. Zelfs te Calcutta was maar één regiment Europeesche troepen.

De gouverneur-generaal, die Dalhousie in het vorige jaar was opgevolgd , de burggraaf Canning, zag terstond in, dat liet er voor alles op aankwam Delhi te heroveren. Hij zelf bevond zich te Calcutta, maar hij kon nog tijdig den toen te Simla, het bekende, nabij de Himalap gelegen Engelsche Buitenzorg, aanwezigen opperbevelhebber van het leger, generaal Anson, in persoon die opdracht verstrekken. Reeds den 15'lon Mei wasdeze begonnen daartoe een korps bijeen te trekken. Maar dat was bij de geweldige afstanden niet gemakkelijk; slechts enkele spoorwegen waren al berijdbaar, en dat vooral nabij Calcutta en Bombay. Het was dus slechts een klein korps van enkele duizenden, met weinig en alleen licht geschut, alleen bestaande uit eeuige Europeesche korpsen uit sommige noordelijke garnizoenen, dat de opperbevelhebber vereenigen kon. Hij voegde daarbij enkele inlandsche, op wier trouw men meende te kunnen staat maken. Ongelukkig ontbrak het aan de meeste hulpmiddelen, welke een leger in Tndië nog veel minder dan in Europa kon missen. De cholera had zich al onder de troepen vertoond; nauwelijks was de marsch begonnen, of de opperbevelhebber stierf als een harer eerste slachtoffers. Zijn opvolger, Barnard, zette echter den tocht voort en kwam 8 Juni in het gezicht van Delhi; de intusschen door de inlandsche regimenten uit een aantal naburige garnizoenen zeer versterkte opstandelingen wachtten hem buiteu de stad in een sterke positie af, maar werden, niettegenstaande de inlandsche troepen, die bij de Engelschen waren, terstond tot hen overliepen, zonder eenige moeite in de stad terug gedreven. Generaal Reed, die weldra het bevel overnam, waagde echter niet deze aan te vallen zonder het noodige geschut. Waarschijnlijk is het, dat, zooals zoo dikwijls, de voorzichtigheid hier de wijs-

Sluiten