Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbeperkt. Slechts in zoover het eigenbelang ze dwong, hielden de in de wildernis verwilderende avonturiers, hoewel dikwijls slechts er op uit om door het houden van herbergen eu winkels voor de doortrekkeuden hun brood te verdienen en lang niet altoos menschen van slecht allooi, de hand aan het recht en pasten dat op ruwe wijs toe. De ergste misdaad was daar paardendiefstal, juist als in de Hongaarsche vlakte, want het paard, het middel om zich snel te bewegen, was het kostbaarste bezit; de voetganger was daar reddeloos verloren. Hetgeen die lieden het meest deed verwilderen, was liet gemis aan vrouwen. Alleen in de eenigszius vaste nederzettingen waren deze aanwezig, maar dan medegebracht door houders van kroegen en speelhuizen. En die waren soms nog erger dan de mannen! Maar waar de landverhuizers met vrouwen en kinderen zich dorsten nederzetten , daar werd de toestand terstond beter. De aanwezigheid van een fatsoenlijke vrouw en vooral van een huisgezin, boezemde den ruvidies, zooals men de ruwe, steeds met buks, revolver en bowiemes gewapende avonturiers noemde, meer eerbied in dan de flinkste magistraatspersoon. En de Amerikaansche vrouw in het Verre Westen verdiende dien eerbied. Eerst toen haar getal toenam, begon orde en zedelijkheid en zelfbedwang te ontstaan onder de samengeloopen mannen. Uit het huisgezin ontstond daar, evenals in overoude tijden, de maatschappij, en uit de maatschappij de staat. Het proces, dat duizenden jaren in de oude wereld had geduurd, werd er in enkele jaren afgespeeld.

Want snel ging er alles. De Europeaan duizelde er soms van, de Amerikaan verhief er zich op. Op menige plaats, waar het eene jaar slechts enkele blokhuizen hadden gestaan, die met moeite tegen de Indianen, soms ook tegen blanke roovers moesten verdedigd worden, zag men het volgeude al een aantal huizen, altijd een kerk, of veelal verscheidene (want ieder bleef bij zijn eigen gemeente), een school, een bank, een herberg (de Amerikanen zeiden deftig een hotel, al was 't maar een planken hut), eenige stores, winkels waarin van alles te krijgen was en, in den eersten tijd haast altijd, een aantal «saloons", drank- en speelhuizen, die echter op den duur, bij het groeien der stad, al naar de omstandigheden het fatsoenlijke deel der bevolking sterker maakten, naar achterbuurten werden verdreven. Yreeselijke steden waren het, met rechthoekige, breede, ongeplaveide, boomlooze straten, met hier en daar een huis, gebouwd voor toekomstige inwoners. Soms kwamen die er spoedig genoeg. En zoodra er een paar duizend waren,

Sluiten