Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk was. Vandaar de geheel andere verhouding van Europa tot deze landen en tot die van den Islam, want daar rustte de beschavingstoestand op dezelfde grondslagen als die van Europa. Daarom kon dit laatste er in zekere mate vat op hebben. En juist dat was in Oost-Azië onmogelijk. Japan mocht meer van Europa overnemen dan China, het werd daarom niet Europeesch. En China bleef onveranderlijk, voor en na. Europa begreep het zelf volkomen; geen mensch dacht er daar ook toen aan, dat China het lot zou ondergaan van Indië, of dat Japan een tegenhanger zou worden van een rijk als Perzië. Maar toen in diezelfde dagen de Europeesche machten in conflict geraakten met de zwakke rijken van Achter-lndië, wier beschaving wel als die van Japan aan die der Chineezen ontleend was, maar geenszins het geheele volk had gemaakt tot een op zijn wijs beschaafde natie, zooals dat van Japan en China zelf gold, toen twijfelde men er niet aan, of daar zou herhaald worden, wat een eeuw te voren in Indië was geschied. Ook de overheersching van Achter-lndië echter behoort niet meer, ik heb het hier al vroeger gezegd, in de periode, welke ik de periode van overgang en voorbereiding heb genoemd. Alleen het allereerste begin, of liever de allereerste aanloop er toe, valt daar nog in, en alleen chronologisch. En ik schrijf hier geen kroniek, maar een geschiedenis, en daarom meen ik er vooreerst van te mogen zwijgen.

Datzelfde geldt ook van hetgeen in West- en Midden Azië voorviel. Daar ligt het belang der gebeurtenissen voor den geschiedschrijver in den voortdurenden wedijver der twee Europeesche machten, die van zelf als *t ware ook Aziatisch waren geworden, Rusland en Engeland. En in die dagen was die wedijver tot stilstand gekomen. Engeland had voor andere belangen, had voor alles voor zijn eigen bezit, voor Indië, te zorgen; van Rusland gold ook hier, al ging het in stilte in het verre Oosten zijn gang, het woord van Gortschakoff: nLa Russie se recueille\

Hoewel 't niet heeft ontbroken aan menschen, die geloofden dat Rusland den Indischen opstand had aangestookt, zoo is daar nooit of nimmer een enkele schaduw van bewijs van gevonden. En evenmin steunde Rusland in die dagen Perzië, toen het trachtte Herat te verkrijgen en daardoor in een korten, maar al de zwakheid van het land bloot leggenden oorlog met Engeland werd gewikkeld. Want Rusland kon eerst weder krachtig naar buiten optreden, nadat het eeuigszins de wonden had geheeld, die het in den Krimoorlog had ontvangen, en

Sluiten