Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de verhuizing van zulk een groot deel der soldatenkaste waren Psammetichus' strijdkrachten dermate verzwakt, dat hij vele jaren noodig had om ook maar enkele vaste plaatsen in Syrië te veroveren. Zocht de koning aan den éenen kant door krijgshaftige daden zich den roem der oude Pharao's te verwerven, hij streefde hen ook na in het stichten van grootsche bouwwerken, waarmede hij vooral de steden Saïs en Memphis versierde. De bloei der kunst ontlook onder zijne regeering in Egypte op nieuw, de beeldhouwwerken uit dien tijd zijn lichter, sierlijker en veel natuurlijker dan vroeger; maar in omvang staan zij verre bij de reusachtige werken uit de oudste tijden der Egyptische kunst ten achter. Psammetichus stierf in het jaar 610 v. C.; hij werd opgevolgd door zijn zoon Necho (610—595 v. C.), die, door eene brandende eerzucht aangevuurd, er naar streefde om door luisterrijke veroveringstochten den roem zijns vaders te verduisteren. Ten einde wel toegerust ten strijde te trekken en niet genoodzaakt te zijn om bij den tocht naar Syrië den moeilijken landweg door de woestijn te nemen, deed hij gedurende de eerste jaren zijner regeering aan de monden van den Nijl oorlogschepen bouwen; hiermee zeilde hij naar Syrië en liet in de bocht van Acco het anker vallen. Koning Josia van Juda had besloten, aan bet Egyptische leger het hoofd te bieden. In het dal van Megiddo kwam het tot een slag (608 v. C.): de Joden werden verslagen, hun koning sneuvelde. Na dezen veldslag zwichtte het ééne landschap van Syrië na het andere voor Necho's zegevierende wapenen. In den loop van drie jaren was geheel Syrië onderworpen; in dezen korten tijd had Necho schitterender uitkomsten verkregen dan zijn vader in dertien jaren.

Niet tevreden met deze veroveringen wilde hij de grenzen van Egypte uitbreiden tot in Mesopotamië, het land tusschen den Euphraat en den Tigris. In bet jaar 605 ging hij naar den Euphraat op marsch; — een ongelukkige tocht! Een leger onder den dapperen veldheer Nebukadnezar rukte hem te gemoet en betwistte hem bij Carchernis den overtocht over den Euphraat. In een bloedigen slag leed Necho eene vreeselijke nederlaag, die hem op de vruchten van alle vroegere oorlogen te staan kwam, ja, hem met éénen slag al zijn gemaakte veroveringen ontweldigde. Door Nebukadnezar vervolgd was het hem onmogelijk Syrië te behouden en eerst binnen de grenzen van Egypte staakte hij zijn terugtocht.

Van dezen tijd af liet Necho zijne veroveringszuchtige'plannen varen, om zich aan groote ondernemingen tot bevordering van den Egyptischen handel te wijden, waarin hij echter niet gelukkiger was dan in zijne veldtochten. Het oude plan, reeds door Ramses II gekoesterd, om den Nijl door een kanaal met de Roode zee te verbinden, werd door Necho weer opgevat. Door eene rechtstreeksche vaart tusschen de Middellandsche en de Roode zee moest Egypte's handel het overwicht op dien van alle overige volkeren verkrijgen.

Met voorbeeldeloozen ijver werd de hand aan het werk geslagen. Het vroegere kanaal werd verder uitgediept en een eindweegs doorgetrokken. Maar de voltooiing van liet grootsche werk bleek onmogelijk: nadat 120,000 menschen, zoo als Herodotus verhaalt, in de zandwoestijn om het leven waren gekomen, moest Necho het plan opgeven; of hij werd — zoo als Strabo bericht — in de volvoering door den dood verhinderd.

Eéne voor den handel hoogst belangrijke onderneming werd intusschen met een gelukkigen uitslag bekroond. Herodotus verhaalt ons, dat Necho aan Phoenicische zeelieden den last heeft opgedragen om van de Roode zee uit Lvbië om te zeilen en door de Middellandsche zee naar Egypte terug te keeren. Het stoute waagstuk gelukte. De Phoeniciërs voeren, volgens Herodotus' bericht, naar den zuidelijken Oceaan. Te dien tijde waren de schepen nog niet zóó gebouwd, dat zij een genoegzamen voorraad van levensmiddelen voor zulk eene verre reis bergen konden; de zeelieden moesten dus, als de herfsttijd daar was, aan land gaan en het veld bezaaien, op de plaats waar zij zich dan juist bevonden; eerst nadat zij den oogst hadden ingezameld,

L

Sluiten