Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op deze wijze gelukte het hem, omstreeks het jaar 620 v. C., Meilië van de vreemdelingen te bevrijden. Hierop wendde hij zijne zegevierende wapenen tegen de noordelijke provinciën van Assyrië; ook deze landen veroverde hij, en dientengevolge sloot zijn gebied nu in een wijden kring het rijk der Assvriërs in.

In Ninivé regeerde sedert het jaar 62o v. C. koning Sarakos, die door de Grieken Sardanapalus wordt genoemd. Het vroeger zoo uitgestrekte Assyrische rijk was langzamerhand versmolten, en zijne grenzen omsloten nu slechts het moederland Assyrië, Mesopotamië, Babylonië en Cijicië. In de beide laatstgenoemde gewesten regeerden stadhouders; in Babylonië een aanzienlijk Chaldaeër, Nabopolasser, wien het bewind door den koning was toevertrouwd, in de hoop, dat het volk tengevolge der benoeming van een Chaldaeër tot stadhouder van elke poging tot opstand zou afzien.

Koning Cyaxares ging van veelomvattende veroveringsplannen zwanger; hij wilde het gansche Assyrische rijk aan zijne heerschappij onderwerpen. Voor het oogenblik echter' werd hij daarin verhinderd door een oorlog, in welken hij met koning Alyattes van Lydië gewikkeld werd.

In het Westen van Azië was het Lydische rijk allengskens uitgebreid, zoodat tengevolge van menigvuldige veroveringen zijne grenzen in het Oosten tot aan den Ilalys reikten. Alyattes was een dapper tegenstander; vijfjaren duurde reeds de krijg tusschen Medië en Lydië, zonder dat [ééne der beide partijen iets. van belang had uitgericht. Op den 30sten September van het jaar 610 v. C. had weder een woedende strijd tusschen de dappere legers der beide volken plaats.... daar werd eensklaps de zon verduisterd! Verschrikt wierpen de soldaten hunne wapens weg; zij beschouwden die verduistering als een teeken van den toorn van den Zonnegod; zij meenden dat hij zelf hun verbood te strijden.

De vrede was alzoo voor het oogenblik van zelf hersteld; hij werd op hechte en duurzame grondslagen tot stand gebracht door tusschenkomst van Nabopolasser, den stadhouder van Babylonië, die sinds lang de brandende begeerte koesterde om zich onafhankelijk te maken van de Assyrische heerschappij. Hij maakte van den geschikten oogenblik gebruik , en het gelukte aan zijne overredende taal, Cyaxares en Alyattes met elkaar te verzoenen. Door een huwelijk, dat den Chaldaeër tot beide vorsten in eene zeer nauwe betrekking bracht, werd een hecht verbond tusschen deze drie mannen gesloten, waarvan een gemeenschappelijke aanval tegen het Assyrische rijk de vrucht was.

In de lente van het jaar 609 v. C. stelden de legers van Cyaxares en Nabopolasser zich in beweging; ten Oosten van Ninivé vereenigden zij zich. Zij vormden eene geduchte krijgsmacht, ongetwijfeld VOO,01)0 man sterk, want al de strijdkrachten van Medië en Babylonië waren in liet veld gebracht.

Koning Sarakos had den strijd der Lydiërs en Meden tot dusver werkeloos aangezien; was hij op het rechte tijdstip als bondgenoot van koning Alyattes handelend tusschen beiden getreden, dan zou het hem misschien zijn gelukt Cyaxares te vernietigen. Maar hij verroerde zich niet. Thans zou hij de wrange vrucht van zijne werkeloosheid plukken: zijne koningsstad werd door de legers der Meden en Babyloniërs ingesloten.

Was Sarokos tot heden werkeloos geweest, thans in den beslissenden oogenblik, gaf hij blijken van moed en geestkracht. Hij verzamelde in Ninivé een (link leger en trok daarmee tegen de verbonden vorsten op. Meermalen was het krijgsgeluk hem gunstig: in drie veldslagen behaalde hij de overwinning. Cyaxares werd den oorlog moede, hij vatte reeds het voornemen op om terug te trekken, en slechts met moeite gelukte het aan Nabopolasser zijn bondgenoot tot het voortzetten van den krijg te bewegen.

De Assyriërs juichten over de bevochten overwinningen, maar in de blijdschap over hunne zegepraal verloren zij de voorzichtigheid uit het oog. Bij eene nachtelijke overrompeling richtten de bondgenooten eene vreeselijke

Sluiten