Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstige plichten, een onvermoeid streven 0111 den stam rein te houden van vermenging met vreemde bestanddeelen, eene groote mate van vredelievendheid en verdraagzaamheid en een rustelooze ijver zijn bij dit volk vereenigd met diepe onderdanigheid tegenover de machtigen der aarde, welke somtijds zoover gaat, dat men dezen zijne eigene, gelietde vrouw overgeeft, en met schrandere list, die zelfs nu en dan, waar het op behalen van voordeden aankomt, voor sluw bedrog niet terugdeinst. Moed en volharding zijn bier op zeer zonderlinge wijze met vrees voor den sterkere en at keer van harden en zwaren arbeid verbonden. Welnu, al deze trekken ontmoeten wij in de verbalen omtrent de lotgevallen der aartsvaders bijna elk oogenblik.

Thcrach. Abraham's vader, woonde volgens de Hebreeuwsche overlevering i in Ur der Chaldaeën; hij had drie zonen, Abraham, Nahor en Haran. Met I Abraham en Lot, Haran's zoon, verliet bij zijn vaderland en toog naar Harran. I waar hij zijne woonplaats vestigde en zijne kudden weidde.

Na Therach's dood sprak God tol Abraham: trek op uit uwe woonplaats naar een land dat ik u wijzen zal. Abraham gehoorzaamde. Met zijne vrouw Sara en zijn broeders zoon Lot en alle zielen, die zijn vader Therach en hij zich in Harran verworven hadden, trok hij naar Kanaan, ofschoon hij reeds 7a jaren oud was.

Volgens de tijdrekening der Hebreeën kwam Abraham omstreeks het jaar 2140 v. C. in het land der Kanaanieten. Tot Si.chem toe trok hij het door. iTTër bouwde hij zijnen god een altaar, vervolgens vestigde bij zich op hel gebergte en weidde zijne kudden in de vlakte. Korten lijd daarna ontstond er een zware hongersnood in Kanaan; Abraham besloot met zijn vee en zijne schoone vrouw naar Egypte te gaan. Toen hij de grenzen van het land naderde sprak hij tot Sara: »Ik weet dat gij eene vrouw zijt schoon van aangezicht; als nu de Egyptenaars u zien dan zullen zij zeggen, »dat is zijne vrouw", en zij zullen mij dooden en u in het leven behouden. Zeg toch, dat gij mijne zuster zijt. opdat het mij wel ga om u en mijne ziele om uwentwille leve." En zóó geschiedde het. Toen Abraham iu Egypte kwam en de Egyptenaars Sara zagen, bewonderden zij de schoonheid dezer vrouw. I)e hofbeambten van den Pharao prezen de bekoorlijkheden der vreemde zoo zeer, dat de koning Sara in zijn buis liet halen. Om harentwil overlaadde bij Abraham met gunsten; hij schonk hem schapen en runderen, slaven en slavinnen, ezels, ezelinnen en kameelen.

Maar de Heer bezocht den Pharao daarover, dat bij Sara in zijn huis genomen had. Nu liet de koning Abraham tot zich roepen en verweet hem scherpelijk. dat hij niet gezegd had: zij is mijne vrouw. Alleen dewijl de Pharao hiervan onkundig was, had hij het plan gevormd om haar tot vrouw te nemen. Hij gaf den Hebreeër zijne vrouw terug en beval zijne dienaren dat zij Abraham naar Kanaan begeleiden zouden, hem, zijne vrouw en alles wat bij had.

Zóó toog deze in vrede uit Egypte en sloeg zijne tenten weer in Kanaan op. rijker dan voorheen aan kudden, goud en zilver.

Lot was ook ditmaal met Abraham ineegetogen. Ook hij bezat een grooten rijkdom aan kudden; het land had nauwelijks ruimte voor beider vee en hieruit ontstond dikwijls strijd tusschen de herders. «Laat er" — sprak Abraham tot Lot — »geen twist zijn tusschen u en mij, tusschen uwe herders en mijne herders; wij zijn immers broeders. Staat niet liet geheele land u open? Zoo keer u dan van mij af. en kies waar gij wonen wilt. Zoo gij ter linkerhand gaat, zal ik ter rechterzijde trekken."

Lol zag om zich heen en aanschouwde de heerlijke, waterrijke streken van den Jordaan, die op een tuin geleken. Deze streek koos bij tot zijne woonplaats en hij scheidde van Abraham, die in liet land Kanaan bleef wonen. Lui sloeg zijne tenten op in den omtrek van Snijom; wat had hij eene ongelukkige keus gedaan! Een aantal niet onaanzienlijke sleden, die

Sluiten