Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den volgenden morgen trok hij met Rebecca, die hem bereidwillig volgde, naar Kanaan terug, en voerde de schoone bruid in de armen van den zoon zijns meesters.

Zóó was Abraham's laatste wensch vervuld; der dagen zat stierf hij in den hoogen ouderdom van 17a jaren.

In de geschiedenis van Abraham treden de grootsche trekken van het Hebreeuwsche volkskarakter verpersoonlijkt voor onze oogen. Abraham slaat voor ons als een krachtig man. die met een handvol dienaars een machtigen vijand overvalt en verslaat, om zijn neef Lot uit de slavernij te verlossen. Rustloos trekt hij met zijne kudde het land door; maar, hoe ijverig en met welk een gunstig gevolg hij er ook op bedacht is om zijn rijkdom te vermeerderen, hij houdt zich toch vrij van eigenbaat, en na zijne bij Dan behaalde overwinning spreekt hij tot den koning van Sodom, die hem al de buitgemaakte schatten wil laten behouden: »Ik begeer niets van alles wat hel uwe is; geen draad, geen schoenriem wil ik daarvan nemen, opdat gij niet kunt zeggen: ik heb Abraham rijk gemaakt." Onwrikbaar in zijn vertrouwen op God en zijne gehoorzaamheid jegens Hem, is hij zelfs bereid om, op zijn bevel, zijn eenigen, veelgeliefden zoon ten offer te brengen. Daarvoor echter wordt bij ook beloond met macht en rijkdom en met de belofte, dat zijne nakomelingen zich zouden vermenigvuldigen en dat hun het land Kanaan tol eene eeuwige bezitting zou geschonken worden. Zijn stam zocht Abraham rein te bewaren. Wel neemt hij zelf bijwijven uit een vreemden stam, Hagar en Ketura, maar hij stelt de zonen uit haar geboren door geschenken tevreden, terwijl hij den zoon van Saraï als zijn eigenlijken stamhouder beschouwt; aan hem laat hij zijne erfenis na en door de zending van Eliëzar zorgt hij er voor. dat hij zich aan eene vrouw uit een zuiveren stam verbinde.

Hoe grootsch het karakter van Abraham over het geheel ook is aangelegd, toch vertoont het ons ook zijne zwakke zijden. Yoor den machtige zien wij hem sidderen, ja, met slaafsche onderdanigheid zich nederbuigen. Als hij naar Egypte trekt, geeft hij zijne geliefde vrouw voor zijne zuster uit. en laat toe, uit vrees voor eigen veiligheid, dat zij in het paleis van den Pharao gevoerd wordt. Nog sterker treedt deze vereeniging van de schijnbaar meest tegenstrijdige eigenschappen, deze sterk gekleurde licht- en schaduwzijde bij Abraham's kleinzoon Jacob op den voorgrond. Hem mogen wij met volle recht den eigenlijken vertegenwoordiger van het nationaal karakter der Hebreen noemen *).

Nadat Isaak en Rebecca langen tijd den zegen der oudervreugde vruchteloos verbeid hadden, werden eindelijk hunne vurige wenschen vervuld. Rebecca schonk haren man twee zonen, tweelingen, Esau en Jacob. Reeds bij de geboorte openbaarde zich een grool verschil tusschen de beide knapen. Esau, de oudste, was rossig, met eene ruwe, harige huid; Jacob daarentegen blank en zacht. Bij het opgroeien kwam dat verschil tusschen de beide broeders nog scherper aan den dag. Esau werd een krachtig en stoutmoedig jdger, die 'tliefst in het vrije veld rondzwierf, een landman, die met forsche hand den akker bebouwde. Jacob had geen smaak in zulken arbeid, hij bleef in de tent zijns vaders toeven, maar betoonde zich daarentegen een vroom man.

Esau was de lieveling van zijn vader, die de door hem op de jacht gedoode dieren gaarne at. Jacob had van zijn kant het hart zijner moeder geheel ingenomen. Op zekeren dag was Esau weder op de jacht gegaan en Jacob thuis gebleven. Hij had zich een smakelijk linzengerecht gekookt en wilde het juist nuttigen, toen zijn broeder doodmoede de tent binnentrad.

»Laat mij slorpen van dat roode, dat roode daar," sprak hij — »want ik ben moede."

*) Eene andere zienswijze omtrent de geschiedenis der aartsvaders treft men aan in het belangrijke werk: De Israëlieten te Mekka, van Prof. R Dozij. Haarlem 18C5.

7*

Sluiten