Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen waar er van staalkundige wetgevers, maar bovenal waar er van hervormers op liet gebied van den godsdienst sprake is. Want al bleef Israël nog eeuwen na zijn heengaan gehecht aan zijn vroeger polytheïsme, al bleef het daarbij gestadig lot de zinlijke godsdienstvormen der Kanaanieten en der naburige volken overhellen, al bevatten Mozes eigen begrippen nog veel. dat bij verdere ontwikkeling onhoudbaar is gebleken, — de aanbidding van één heiligen volksgod, die den grondslag beert uitgemaakt van het zuivere, zedelijke monotheïsme, later door de profeten verkondigd, dagteekent van zijne werkzaamheid.

ELFDE HOOFDSTUK.

Wrede wijze van krijgvoeren der Israëlieten. Josua. Rachab en de verspieders. De inneming van Jericho. De verwoesting van Aï. De slag voor Gibeon. Zonne sta stil. De verovering van Kanaiin. Dood van Josua. De stam Benjamin uitgeroeid. Verval van den godsdienst. De richters. De koning Eglon door Ehud vermoord. Debora. De moord van Sisera. Gideon's heldendaden. Abi Melech De roover Jephta en zijne dochter. De Philistijnen. De legende omtrent Simson. De zegepraal der Philistijnen. De dood van Eli.

De geschiedenis der verovering van Kanaiin, gelijk ons die door de Israëlietische overleveringen wordt meegedeeld, is niet minder dan het verhaal omtrent den uittocht uit Egypte met onhistorische bestanddeelen vermengd. Maar nu valt liet ons lichter hier en daar althans de geschiedkundige feiten te onderscheiden van de dichterlijke inkleeding, waarin zij door latere geslachten is gehuld.

Veertig jaren waren er verloopen, sinds de kinderen Israëls Egypte hadden verlaten. In den eersten tijd na den uittocht hadden zij hunne kudden op het schiereiland van den Sinaï geweid; vervolgens waren zij noordoostwaarts in de Syrische woestijn gedrongen om in hare oasen weiden voor hun vee op te sporen. Toen deze streken niet langer in hunne behoeften konden voorzien, hadden zij zich naar de hoogvlakten gewend, die zich ten Oosten van den Jordaan verhellen en daar overvloediger weiden gevonden.

Nog bij het leven van Mozes was het den Israëlieten gelukt, de Amorieten. die deze landstreek in bezit hadden, te verslaan en daarbij zegevierend de Midianieten te bestrijden. Geheel overeenkomstig den geest dier tijden gingen zij in den oorlog tegen die vreemde volken op de wreedste wijze te werk. Mannen werden nooit door hen gevangen gemaakt, maar altijd gedood. De afgodendienaars, wier land zij veroveren wilden — zoo vatt'en de later levende Israëlieten dit op — moesten zonder onderscheid neergehouwen worden, opdat het volk zich ten allen tijde rein zou houden van de afgoderij. Van daar dat men later niet schroomde, het bevel tot zulk een bloedbad aan Jahveh zeiven in den mond te leggen.

Op de vruchtbare hoogvlakten ten Oosten van den Jordaan zwierven de Israëlieten nu met hunne kudden rond. Doch een deel hunner, de stammen van Ruben en Gad en de halve stam van Manasse. kozen dit land tot hunne vaste woonplaats^ terwijl hunne krijgslieden zich verbonden 0111 met liet overige volk verder te trekken en het beloolde land te helpen veroveren.

Van de hoogvlakte zag men neer in de lachende velden, die de Jordaan in zijn loop doorstroomt. Maar hoe vurig de begeerte der Israëlieten ook zijn mocht om daar in de laagte hunne woningen op te slaan, toch scheen dit

Sluiten