Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iwdrog en onderdrukking, waaraan de rijken en aanzienlijken zieli schuldig maakten. Daarenboven verspreidden zij veel zuiverder denkbeelden en beginselen omtrent God en des menschen betrekking lot hem, dan tot dusver onder Israël hadden geheerscht. De profeet Amos, een eenvoudig herder uit Thekoa, waagde het te verkondigen, dat men God niet met offeranden maar met een vroom leven dienen moet. dat God heilig en rechtvaardig is, en daarom alle geweld, alle hebzucht, alle onderdrukking van de armen baat; dat zijne rechtvaardigheid alle ongerechtigheden straffen en vergelden zal. Niet door brandoffers — zoo predikte hij voorts — maar door daden van vroomheid kan men zijne genade verwerven. Wanneer de aanzienlijken in Israël voortgaan met geweld op geweld, afpersing op afpersing te stapelen, dan zal hen de slrat des Heeren treffen, de vijand zal in bet land vallen en de paleizen plunderen, een machtige vijand, die geheel Israël onder het juk brengen zal.

Zulke leeringen ondermijnden den invloed der grooten; zij brachten zelfs de macht van den priesterstand aan het wankelen, welke op de heiligheid en onmisbaarheid van het otter gegrond was. Derhalve verzetten de priesters in Israël zich legen Amos; zij wendden zich tot koning Jeroboam met de klacht, dat die valsche profeet oproer verwekte. Amos werd hierdoor gedwongen om uit Israël te vluchten. Hij keerde naar zijn vaderland Juda terug en zette daar zijne prediking voort.

Al had Amos het land ook verlaten, zijne prediking had zich toch naar het gemoed des volks een weg gebaand en bleef daar een des te sterker invloed uitoefenen, daar de loop der gebeurtenissen de juistheid van zijne inzichten aan het licht bracht.

Hel rijk van Jeroboam II geraakte kort na zijn dood grootelijks in verval. Zijn zoon Zacharja viel reeds zes maanden na zijne troonsbestijging door de hand van een oproerigen onderdaan, die op zijne beurt door een ander. Menahem 759—74!) v. C.t. werd verdrongen.

De nieuwe koning had meer dan een hachelijken kamp te voeren zoowel tegen binnenlandsche als tegen buitenlandsche vijanden. Hij meende, dat hij zijne heerschappij alleen handhaven kon, wanneer hij een machtigen bondgenoot te hulp riep, wanneer hij zich den koning van Assyrië als vazal onderwierp; dan kon hij op de bescherming der Assyrische wapenen rekenen. Vergeefs waarschuwde de profeet Hosea legen zulk een plan; in bezielde taal riep bij den koning en het volk toe, dat de macht van Israël door een vreemden vorst vernietigd zou worden, wanneer men in de oude ongerechtigheid volhardde. dat zij daarentegen tot een nieuwen luister zich zou verheffen, wanneer het volk tot de wet en de vroegere vroomheid terugkeerde, wanneer het afstand deed van den Baal- en beeldendienst, wanneer het matig en rechtvaardig leefde.

Menahem stoorde zich niet aan de woorden van den profeet, hij riep de Assyriërs toch te hulp. Reeds vroeger hebben wij de gevolgen van dil ongelukkig besluit verhaald zie blz. 73). Israël werd aan koning Phul schatplichtig, en een deel des volks werd weggevoerd, om in het vreemde land nieuwe woonsteden te vinden.

Indien Menahem gehoopt bad, door zijne onderwerping aan de Assyriërs zijne heerschappij te bevestigen en die aan zijne nakomelingen na te laten, dan werd hij ook in die verwachting jammerlijk bedrogen. Zijn zoon Pekahia. die hem op den troon volgde, werd reeds in het jaar 748 v. C. door Pekah, den overste der strijdwagens, vermoord. Om zich in hel bewind staande te houden verbond deze zich met Rezin van Syrië. Den nieuwen koning ware het misschien gelukt de zelfstandigheid van zijn rijk door kracht van wapenen te herstellen en het juk der Assyrische opperheerschappij af te schudden, indien hij met den koning van Juda desgelijks in verbintenis getreden was; inaar in plaats hiervan ondernam hij mei Rezin een veroveringskrijg tegen Juda.

In Juda was in hel jaar 756 v. C. koning Uzia door Jothain opgevolgd. Met groote dapperheid bood deze aan den inval der Israëlieten het hoold;

Sluiten