Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(lag en nacht de heilige vuren branden waaraan zij offeranden brachten. Wij hooren bij hen van dieren-, in latere lijden zelfs van menschenoflers. Even weinig is ons van de staatkundige instellingen der Iraniërs in de vroegste tijden bekend; wij weten slechts, dat zij door koningen werden geregeerd en dal het volk verdeeld was in verschillende standen, die der priesters, der krijgslieden en der landbouwers; tol dezen laatsten stand behoorden ook de handwerkslieden. Eene strenge afscheiding dier standen, gelijk bij de Egyptenaars, bestond er echter niet.

Dal de priesterstand, tengevolge van de eigenaardige en strenge reinheidswetten, een groot aanzien genoot, is aan geen twijfel onderhevig. Wij weten dal de priesterlijke waardigheid erfelijk was, hoewel aan den anderen kan! uit de overige volksklassen diegenen in den priesterstand konden opgenomen worden, die in de priesterscholen waren gevormd en de godsdienstwetten nauwkeurig kenden.

In de Oost-Iranische landen oefenden de Athrava (zoo werden de priesters genoemd) nooit een eigenlijk oppergezag uit, boe krachtig hun invloed op liet volk ook geweest zij. Eene grootere macht verwierven zij zich onder de \\ estIranische volken, bij de Meden en later bij de Perzen, waar zij Magiërs werden genoemd. De Magiërs luidden alleen hel recht 0111 offeranden te brengen; wij ontmoeten hen als raadslieden der Perzische koningen, wien zij de toekomst voorspelden, droomen uitlegden, vreemde natuurverschijnselen verklaarden; hun woord werd meermalen bij de gewichtigste besluiten des konings als beslissend aangemerkt en opgevolgd.

Omtrent de rechtspleging en de strafwetten der Iraniërs geelt ons de Vendidad enkele, zij het ook spaarzame ophelderingen. De straffen droegen geheel en al bet karakter van een tijd van ruwheid; toch zijn ze niet zoo wreed als bij andere volken. Zij bestonden meestal in een zeer aanzienlijk getal slagen met de paardezweep of den stok; hierbij werd meermalen eene boete opgelegd, die in liet opzeggen van gebeden en — wanneer door het misdrijf aan een derde schade was berokkend — in het betalen van eene som ter schadeloosstelling bestond.

De diefstal was zeer streng verboden; de dieven, die altijd des nachts rondzwierven, waren in liet oog der Iraniërs bondgenooten van de daemonen.

Maar nog schandelijker dan roof en diefstal waren in hunne schatting leugen en bedrog. Waarheidsliefde werd door hen als de eerste en schoonste deugd beschouwd; daarom verachtten zij ook hen, die schulden maakten, want zij meenden dat dit moeilijk geschieden kon zonder de waarheidsliefde te krenken; gaf iemand iets, dat bij geleend had, niet ferug, dan werd hij voor een dief van het geleende aangezien.

Milddadigheid jegens alle stamgenooten, gastvrijheid tegenover een ieder, ook tegenover vreemdelingen, werd den aanhangers van Zoroasters leer door het wetboek zeer nadrukkelijk aanbevolen; alle Iranische volken onderscheidden zich door deze deugden.

Waarheidlievend, oprecht en trouw, waren de Iraniërs een edel en voortreffelijk geslacht, dat ver boven de Semieten stond, bij wie leugen en bedrog nauwelijks als misdrijf beschouwd werden. Ook achterklap ten nadeele van anderen werd als een groot kwaad verfoeid, en zoodra deze door bet verspreiden van onware geruchten in laster ontaardde, dan meende men dat deze misdaad bijna voor geene verzoening vatbaar was.

Van het huiselijk leven der Iraniërs is ons weinig bekend; wij weten alleen, dat aan kuischheid bij de jongelingen en maagden geene bijzondere waarde werd gehecht, maar dat alle tegennatuurlijke ondeugden streng verboden waren. Om deze zonden te vermijden schreef de wet een vroegtijdig huwelijk voor. Een ongehuwd leven te leiden was zonde; een meisje, dat uit vrije keuze op haar achttiende jaar nog ongetrouwd was, werd met de vreeselijkste straffen der hel bedreigd. De veelwijverij was algemeen in zwang;

Sluiten