Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk een toestand aanschouwden. Maar Psammenitus zag en sloeg den blik ter aarde. Nadat de waterdraagsters voorbij waren gegaan, zond Cambyses in de tweede plaats des konings zoon uit, met 2000 andere Egyptenaars van denzelfden leeftijd. allen met stroppen om den hals en toornen in den mond. Psammenitus zag hen voorbijkomen, zag ook zeer goed zijn zoon ter dood geleiden, maar - terwijl de rondom hem zittende Egvptenaars weenden sedroeg hij zich evenzoo als bij het zien van zijne dochter. Toen ook deze voorbij gegaan waren, gebeurde het, dat een van s konings tafelvrienden, een reeds bejaard man, die al zijne bezittingen verloren had en weinig meer was dan een bedelaar, terwijl hij den soldaten om een aalmoes vroeg, Psammenitus, den zoon van Amasis en die Egyptenaars, welke in de voorstad zaten, voorbij kwam. Toen Psammenitus dezen man zag, barstte hij in tranen uit, riep den vriend bij zijn naain en sloeg zich op het hoofd. Zondei het te weten, werd de ongelukkige vorst bespied door bewakers, die zijne handelwijze tot in de kleinste bijzonderheden aan Cambyses mededeelden. Cambvses verwonderde zich over dit gedrag, zond een bode lot hem en liet hem vragen: «Cambyses. uw gebieder, vraagt u, waarom gij uw dochter in zulk een treurigen toestand en uw zoon op weg naar zijn gral hebt kunnen aanschouwen zonder klacht of traan, maar den bedelaar, die u — gehjk men den koning gezegd heeft - volstrekt met aangaat, zoo hoog geacht hebt. Dit was Cambyses' vraag en hierop antwoordde de ander: «zoon van Cyrus, mijn huiselijk ongeluk was te groot om het te beweenen, maar beschreienswaardig was de ellende van een vriend, die van zijne vroegere wehaait beroofd en bij het naderen van de grijsheid tot den bedelstaf gebracht is. Toen dit antwoord Cambyses overgebracht werd, achtte hij het wel gesproken. Volgens hetgeen men van de Egyptenaars hoort, weende Croesus, die Cambyses ook naar Egvpte gevolgd was, en weenden ook al de Perzen, die er bij tegenwoordig waren. Zelfs Cambyses kreeg mede hjden zooda hij terstond bevel "af om den zoon van Psammenitus onder hen die ter dood gebracht moesten worden, te redden en den koning zeiven uit de voorstad tot hem te brengen. Doch den zoon des konings vonden de afgezonden mannen niet meer in leven; hij was liet eerst van allen terechtgesteld. Psammenitus daarentegen werd tot Cambyses gebracht, aan wiens hof luj voortaan leefde en waar hij over niets te klagen bad. Was luj nu maar zoo verstandig geweest zich rustig te houden, dan zou hij met het stadhouderschap over Egypte bekleed zijn geworden. Werkelijk zijn .de Perzen gewoon den zonen der onderworpen koningen groote eer te bewijzen; zelfs al zijn de vorsten af\alliD geworden, dan geven zij toch hun zonen de heerschappij terug Maar toen Psammenitus booze aanslagen smeedde, ontving lnj zijn verdiend loon dewijl bij op opruiing van de Egyptenaars betrapt werd. Toen dit namelyk aan het licht kwam, moest hij, op Cambyses bevelstierenbloed drinken en stierf oogenblikkelijk. Zoo kwam hij aan zijn eind. D

Anders luidt het bericht van Ctesias omtrent de lotgevallen \an Psammenitus. Volgens hem werd de koning naar Susa gebracht, zonder dat hem

ats was je verovering van geheel Egypte voltooid;

ook de naburige Lybische stammen waagden het niet, den Perzen weerstand te bieden, maar zonden den veroveraar uit eigen beweging aanzienhjke geschenken toe, als eene schatting, die zij zich zeiven opgelegd hadden. Zoo deed Grieksche stad Svrene, wier bestuurder de souvereiniteit van Cambyses erkende.

Cambyses meende, dat hij zich met de gemakkelijke verovering van Egypte niet mocht vergenoegen; hij wilde liet rijk beheerschen in dezelfde uitgestrektheid, die het eertijds onder de oudste Pharao s bezeten had. üij besloot derhalve de Nijl verder op te varen en zijne wapenen over te brengen naar de meest afgelegen deelen van Ethiopië, naar dat goudrijkeland, waarin, volgens de door Ilerodotus meegedeelde legende, de grootste, schoonste en

Sluiten