Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ook liet koudvuur het geheele been aangetast had, werd Cambyses, Cyrus zoon, door den dood weggerukt, nadat hij in het geheel zeven jaren en vijf maanden koning geweest was. en wel zonder eenige nakomelingschap, hetzij van liet manlijk, hetzij van liet vrouwelijk geslacht na te laten. De Perzen, die bij Cambyses' bekentenis tegenwoordig waren, wilden volstrekt niet gelooven, dat de Magiërs zich van het bewind meester hadden gemaakt, maar bleven er bij, dat Cambyses uit valschheid gezegd had wat hij van den dood van Smerdis had verhaald, 0111 alzoo geheel Perzië tegen dezen in het harnas te jagen. Zij hielden dus vol, dat Smerdis, de zoon van Cyrus, zich tot koning had opgeworpen. Ook Prexaspes ontkende hardnekkig, dat hij Smerdis gedood had, dewijl het voor hem gevaarlijk was, 11a Cambyses' overlijden, vrij uit te zeggen, dat hij den zoon van Cyrus eigenhandig had omgebracht."

De gewaande Smerdis vond ten gevolge van dit alles geen tegenstand, toen hij zich in het volle bezit der heerschappij stelde. Overeenkomstig de Perzische zeden nam bij den harem van Cambyses in bezit, en maakte bij de vrouwen van den overleden vorst tot de zijne. \ ervolgens liet hij allen onderworpen volken aankondigen, dat zij drie jaren lang van alle schatting en van allen krijgsdienst vrij zouden zijn. Dit verwekte groote ^blijdschap, en maakte zijn bestuur bij alle volken bemind.

Maanden verliepen er; nergens verhief zich eene stem van tegenspraak tegen des konings bevelen; slechts zijne zonderlinge gewoonten wekten de bevreemding der Perzen op. Was het vroeger het gebruik geweest, dat de vorsten zich nu en dan in het openbaar vertoonden, dat de aanzienlijkste raadslieden der kroon vrijen toegang tot den koning hadden, dat dit voorrecht in de eerste plaats werd toegestaan aan de zeven vorsten der Perzische stammen, die als de eerste mannen van het rijk beschouwd werden, — Smerdis week van al deze gebruiken af. Hij kwam nooit uit zijn paleis, nooit vertoonde bij zich in bet openbaar, geen der zeven vorsten werd ooit bij hem toegelaten. Een der aanzienlijksten hunner, Otanes, wien zulk eene handelwijze bijzonder mishaagde, herinnerde zich eindelijk de woorden van Cambyses, volgens welke Smerdis de broeder was van den Magiër Oropastes, dien Cambyses als opziener van het paleis bad achtergelaten.

Otanes bracht zich verder te binnen, dat Gumata, de broeder van Oropastes, veel op den waren Smerdis bad geleken, en nu kwam het hem waarschijnlijk voor, dat hier bedrog gepleegd was. Maar bij was in bezit van een middel om den bedrieger te ontmaskeren, want Gumata was, gelijk Otanes zich ook herinnerde, eens door Cyrus voor de eene of andere misdaad met bet verlies'van zijne ooren gestraft.

Eene der dochters van Otanes, Phaedima, was door Cambyses en na dezen door Smerdis in den harem opgenomen. Tot Phaedima wendde zich de vader met den eisch, dat zij in den nacht, welken zij bij den koning zou doorbrengen, onderzoeken zou. of bij zijne ooren nog had.

Phaedima deed wat haar bevolen was. Het was bij de Perzen de gewoonte, dat de vrouwen uit den harem op de rij af tot den koning gebracht werden. Toen nu Phaedima's beurt gekomen was, voelde zij den slapende aan het hoofd, en wat Otanes vermoed had was waarheid: de gebieder van Perzië miste zijne ooren.

Nu was Otanes zeker van zijne zaak. Hij riep de zes overige stamvorsten der Perzen bijeen, en deelde hun het geheim mede. Onder hen bevond zich ook Gobryas, de schoonvader van Darius, wiens vader Hystaspes stadhouder van Perzië en de naaste bloedverwant van Cambyses was. Darius was juist te dien tijde toevallig uit Perzië overgekomen en woonde de beraadslaging bij.

Slechts één weg stond er open om den overweldiger van den troon te stooten: die van geweld; zoowel de bedrieger als diens broeder moesten vermoord worden. Om ook het volk gunstig voor een opstand te stemmen, wendden de saamgezworenen zich tot Prexaspes en zij wisten van hem de

Sluiten