Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belofte te verkrijgen, dat hij ten aanlioore van liet geheele volk den moord van den waren Srnerdis bekennen zou.

Prexaspes hield woord. Hij vond spoedig gelegenheid om dit op de meest in het oog vallende wijze te doen, want Srnerdis had hem laten roepen en hem gesmeekt om openlijk te verklaren — ten einde allen boozen achterklap onschadelijk te maken — dat hij werkelijk Srnerdis, de zoon van Cyrus was. Tot het aanhooren van deze verklaring liet de Magiër het volk vóór het paleis te Susa samenkomen. Prexaspes klom op een toren, en riep van hier het volk toe, dat hij op bevel van Cambyses Srnerdis omgebracht had, dat hij thans die daad luide bekend maakte en dat hij de Perzen vervloekte, indien zij zich niet wreekten op de Magiërs, die hen zoo schandelijk bedrogen hadden. Na het uitspreken van deze woorden wierp hij zich hals over hoofd van den toren naar beneden. Zoo stierf, zegt Herodotus naïef, Prexaspes, die zijn leven lang een man van eer was.

Terwijl dit plaats greep, drongen de saamgezworenen in het paleis des konings dooi;. De schildwachten openden eerbiedig de deuren: zij durfden de vorsten der Perzen niet tegenhouden. Slechts de eunuchen trachtten den indringers in het koninklijk verblijf den weg te versperren, maar deze stieten hen neder en stormden naar de mannenzaal in het paleis. Hier zaten de beide broeders Oropastes en Gumata, en overlegden wat zij na de bekendmaking van Prexaspes doen zouden. Eensklaps drong het gerucht van den strijd in hunne ooren door; in allerijl wapenden zij zich: de een greep een boog, de ander eene speer .... het was te laat. Reeds drongen de zeven vorsten de zaal binnen, eer nog de een zijn boog had kunnen spannen; den ander gelukte het slechts, met zijne speer een der saamgezworenen een oog uit te steken, en een tweede aan het been te wonden.

De boog was een nutteloos wapen, de Magiër zocht dan ook zijn heil in de vlucht; hij vlood in een donker vertrek naast de zaal, maar nog voordat bij de deur achter zich sluiten kon, vervolgden hem Gobryas en Darius. Gobryas vatte den Magiër om het lijf en worstelde met hem. Darius stond besluiteloos naast de worstelenden, hij was bang dat hij in de duisternis, wanneer hij deel nam aan den strijd, zijn schoonvader verwonden zou.

»Waarom slaat gij uwe hand niet aan hem?" riep deze toornig.

»Uit vrees van u te raken."

«Stoot mijnenthalve uw mes door ons beiden heen," hernam de moedige strijder.

Nu trok Darius zijn do!k en trof gelukkig den Magiër. Zoo waren de beide bedriegers overwonnen. De vorsten sneden hun het hoofd af en riepen bet volk te zamen. Toen de Perzen hoorden, hoe schandelijk zij bedrogen waren, trokken zij hunne zwaarden, en doodden, woedend over dit bedrog, al de Magiërs, die zij in de stad ontmoetten. Indien de nacht niet gedaald was, zou geen enkele Magiër te Susa in het leven gebleven zijn.

Zes dagen waren na deze gebeurtenissen verloopen. Op nieuw kwamen de zeven stamvorsten der Perzen bijeen, om te beraadslagen over den regeeringsvorm, dien men voortaan in Perzië zou aannemen: een democratische, een aristocratische of een monarchale. Darius stond de monarchie voor. Zijn gevoelen behield in den raad de overhand en de vorsten besloten, dat hij zonder eenige tegenspraak koning der Perzen zou zijn. dien de godheid zelve daartoe zou aanwijzen. Met het aanbreken van den dag zouden zij te paard stijgen, en hij, wiens paard het eerst hinnikte, zou als koning worden begroet. De stalmeester van Darius, Oebares, wist door een slim uitgedachte list de kroon voor zijn heer te verwerven. Des nachts leidde hij het paard van Darius, een hengst., denzelfden weg langs, dien de vorsten den volgenden morgen zouden rijden. Reeds te voren had hij daar eene merrie laten brengen, en toen de vorsten des morgens uitreden, erkende de hengst van Darius de plaats, waar hij des nachts de merrie ontmoet had, en hinnikte luid van

Sluiten