Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een despoot, die met onbepaalde vrijheid over het leven en het eigendom des volks beschikken mocht; neen, hij was niets dan de eerste onder de edelen des lands.

De dapperste mannen, zij. die zich het meest door moedige daden onderscheidden. maakten den *lmnl <'■■'■ "delen uil. De adeldom was etfylijk; de rijken, die hun geheele leven aan de jacht en den oorlog konden wijden, zonder dal zij door handenarbeid in de nooddruft huns levens behoefden te voorzien, konden, gelijk van zelf spreekt, door aanhoudende oefening een steeds liooger trap van bedrevenheid in den oorlog bereiken, en zóó werd deze in zekere mate erfelijk in zulk een geslacht. Bijzondere rechten daarentegen bezat de adel niet; hij heerschte evenmin met willekeurig geweld over het volk. als de koning over den adel.

I De koning was niets dan de eerste der edelen, de aanvoerder 111 den Ioorlog, de opperste rechter in vredestijd en de voorganger bij godsdienstige plechtigheden. Omringd door grijsaards van ondervinding, die tol de edelste geslachten behoorden, bekleedde hij den rechterstoel; hij moest de beschermer zijn van alle onderdrukten. Aan zijne zijde stond de der yjel'.'ii. zonder wier toestemming hij geen besluit nemen mocht. In buitengewoon belangrijke omstandigheden werd het gansche volk samengeroepen, om in eene openbare volksvergadering omtrent zijne eigene aangelegenheden te beslissen. Al was de koning niet rechtens gedwongen de besluiten der volksvergadering ten uitvoer Ie leggen, toch kon hij nauwelijks anders handelen zonder zijne macht in gevaar te brengen. ... . , •

De inkomsten der koningen bestonden niet in algeperste belastingen, maar in vrijwillige geschenken der onderdanen, in een aandeel aan den oorlogsbuit en in de opbrengst zijner uitgestrekte landerijen. De schepter was het teeken zijner waardigheid; herauten gingen steeds voor hem uit; bij volksvergaderingen en offerplechtigheden nam hij de eereplaats in; bij offermaaltijden ontving hij de beste stukken. Wij zien. hoe de edelen zoowel als de vrije burgers hem op eerbiedige wijze naderen; toch ontdekken wij nergens^jje-aporen van eene slanfsche onderwerping, noch van eene afgodische.verkering.. yan_ue_£fl!;sten • gelijk w ij die in de 'geschiedenis der (Joslersclie volken en der Egyptenaar* aantreffen.

In den oorlog moést dè kómug aan zijn edelen het hoogste voorbeeld van dapperheid geven; want niet op uitstekende veldheerstalenten, maar op persoonlijke dapperheid kwam het bij de eigenaardige wijze van oorlogvoeren der Grieken aan. De sagen van dien tijd maken onophoudelijk melding van tweegevechten, waarin de overwinning door de kracht en juistheid in het voeren van de wapenen, door bedrevenheid in hel worstelen en door vlugheid in liet loopen behaald werd. De koningen worden ons voorgesteld staande op hun strijd-' wagen, met de werpspiets gewapend, terwijl aan hunne zijde de wagenmenner staat. Zoo werpen zij zich, steeds aan het hoofd der hunnen, in het midden van het dichtste strijdgewoel. Het volk zelf neemt aan de oorlogen en gevechten slechts zelden deel: het houdt zich bezig met landbouw en veeteelt, met jacht en vischyangst,

De werkzaamheden van nederiger aard werden verricht door slaven, die deels uit krijgsgevangenen bestonden, deels uil vreemdelingen, die van zeeroovers,. vooral van de Plmeniriërs- gekoeld werden. Hel verzorgen vau de kudden maakte eene der voornaamste, bezigheden des volks uil; al werd dit werk ook dikwijls aan de slaven toevertrouwd . toch werd zulk een arbeid niet vernederend geacht; wij treffen zelfs voorbeelden aan van koningszonen, die zeiven de kudden weiden, om haar tegen wilde dieren en roovers te beschermen.

Ook op de nijverheid begon men zich toé te leggen; de vrouwen weefden, de mannen betoonden zich knappe handwerkslieden; zij vervaardigden kunstige wapenen benevens allerlei huisraad van schoonen vorm en met rijke sieraden getooid. De handel bloeide meer en meer en werd vooral met de Phoeniciërs gedreven.

Sluiten