Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ze ook door de Grieken dikwijls bezongen. Maar meer beroemd zijn nog zijne volgende daden.

In Klis regeerde koning Augias, een der rijkste vorsten van zijn lijd. Drie 'düTzëniï runderen stonden op des konings stallen, die sedert dertig jaar niet waren gereinigd. Eurystheus droeg derhalve aan den held de taak op. de stallen van Augias in één dag van den mest te zuiveren. Heracles begaf zich naar Augias, maar wilde — zeer verstandig — hem zulk een belangrijken dienst niet zonder eenige belooning van zijn kant bewijzen. Hij eischte voor dat schoonmaken van de stallen het tiende deel der kudden. Dit loon werd hem door den koning in tegenwoordigheid van zijn zoon Pliyleus toe»eze«d. Zell's een Heracles zou het onmogelijk zijn geweest, den mest van drie "duizend runderen, die daar gedurende dertig jaren was opeengehoopt. in één dag te verwijderen; maar de held wist zich door middel van eene list te redden.

Voor een nabij gelegen stroom groef hij eene nieuwe bedding, zoodat de watereu midden door den stal vloeiden, en nu kostte het hem van zijn kant weinig moeite om het reuzenwerk in één dag te voltooien. Nadat de arbeid volbracht was, eischte Heracles zijn loon, maar Augias weigerde dit te geven, onder voorwendsel dat de held dit werk op bevel van Eurystheus had moeten verrichten en dus niet gerechtigd was geweest om eenige belooning te vorderen. Intusschen verklaarde hij zich bereid om zich aan de uitspraak van scheidsrechters te onderwerpen. 1'liileus, zijn eigen zoon, vond zulk eene handelwijze onredelijk; als ik zelf scheidsrechter was, riep hij uit, zou ik den koning veroordeelen om de gevorderde runderen te geven. Op dit woord ontstak Au»ias in heftigen toorn; hij liet het thans niet tot een scheidsrechterlijke uitspraak komen, maar verbande Heracles en zijn eigen zoon uit Elis. De held vergat deze onrechtvaardige behandeling niet; later, toen zijn diensttijd bij Eurystheus verstreken was, nam bij daarover wraak. Aooi het oogenblik echter keerde hij naar Mycene terug. Hij vond daar evenwel geene vriendelijke ontvangst, want Eurystheus wilde ook dit werk niet laten gelden, omdat het tegen de belofte van eene belooning verricht was.

Gevaarlijker en belangrijker dan de reiniging van den Augiasstal was Heracles' tocht tegen de Amazonen, dien krijgshaftigen, alleen uit vrouwen bestaanden volksstam, die in het Noorden van Klein-Azië woonde (zie blz. 170; en door koningin Hippolyte geregeerd werd. Hippolyte deelde zoozeer in de gunst van den god-Ares, dat zij van hem een schoonen gordel ten geschenke ontvangen had, waarmee zij zich dagelijks versierde. De dochter van Eurystheus. Admete, wenschte den gordel der koningin te bezitten en Eurystheus maakte van deze begeerte zijner dochter gebruik om aan Heracles een nieuwen, inoeitevollen arbeid, het halen van den gordel, op te dragen.

Dewijl het eene verre reis en een zwaren strijd met een groot en machtig volk gold. zag Heracles naar dappere tochtgenooten om. Met die strijdmakkers, tot wier getal ook Theseus behoorde, van wien wij later meer zullen te verhalen hebben, ging bij naar Klein-Azië onder zeil.

Aanvankelijk scheen het, dat Hippolyte den eisch van den held zonder tegenstreven inwilligen en dal alles dus zonder bloedvergieten atloopen zou, toen Heracles' onverzoenlijke vijandin eensklaps tusschen beide trad. Dooi haar toedoen ontstond er een woedende strijd tusschen de vreemdelingen en de Amazonen, waarbij de laatsten, hoe dapper zij zich ook verweerden, het onderspit dolven. Velen bleven op het slagveld, door de vreeselijke knots van den halfgod verpletterd; de overigen vluchtten naar de stad, doch vonden ook hier geene veiligheid; hare huizen werden in brand gestoken en zij alzoo tot eene vernieuwde vlucht gedwongen.

Hippolyte werd met een groot aantal harer onderdanen gevangen genomen. Eéne der schoonste Amazonen, Antiopa, schonk Heracles aan zijn vriend en tochtgenoot Theseus. De koningin Hippolyte stelde hij in vrijheid, nadat zij hein haar gordel had afgestaan.

Sluiten