Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het geslacht van Pelops. De schoone Helena door Paris geschaakt.

287

Agamemnon verjoeg Aegisthus uit zijn gebied, maakte zich van de regeering meester, en huwde eindelijk de dochter van den Spartaanschen koning Tyndareus, met name Clytemnestra.

Tyndareus was de echtgenoot van de bekoorlijke Leda, om wier wille Zeus zich vroeger in een zwaan veranderd had, en die de moeder was geworden van de beide Dioscuren Castor en Pollux en van een wonderschoon en aanvallig meisje, Helena.

Helena groeide op tot de schoonste maagd van Griekenland; een groot aantal Grieksche vorsten en helden dong naar hare hand. Allen waren zoo begeerig naar haar bezit, dat Tyndareus vreesde, zich even zoo vele vijanden te zullen maken, als hij vrijers afwees. Eer Helena derhalve eene keus mocht doen, liet hij alle minnaars een duren eed zweren, dat allen dengeen, dien Helena zou kiezen, ondersteunen en hem tegenover eiken beleediger hulp verleenen zouden. De vrijers zwoeren dit en Helena koos nu Menelaüs, den broeder van Agamemnon, tot echtgenoot.

Toen de broeders van Helena, de Dioscuren, door Zeus onder de goden waren opgenomen, ontving Menelaüs, na den dood van Tyndareus, het bewind over Sparta.

De bekoorlijke Helena nu, de dochter van Zeus, was door Aphrodite aan haar lieveling Paris toegedacht; hierom bracht zij hem naar Griekenland lot Menelaüs. Menelaüs ontving hem met vorstelijke gastvrijheid en, ofschoon liij ^zeTT genooilzaakl was om naar Creta onder zeil te gaan, liet hij den gastvriend toch in zijn huis achter. Terwijl Menelaüs afwezig was. ontstak Aphrodite in den boezem der schoone Helena eene gloeiende liefde tot Paris; hel viel den verleider licht, de jonge vrouw te overreden om met hem haar vaderland te verlaten en hem naar Troje te volgen, 's Nachts bracht hij haar op zijn schip, en zoo ver ging hij in het schenden van de wetten der gastvriendschap, dat hij Menelaüs niet alleen zijne vrouw ontvoerde, maar hem daarenboven van groote schatten beroofde.

Na eene vaart van drie dagen bij gunstigen wind en kalme zee — want Aphrodite ellende voor haar lieveling de golven — bereikten de vluchtelingen gelukkig Troje.

Nauwelijks vernam Menelaüs, hoe schandelijk hij bedrogen en beroofd was, of hij keerde naar zijne woonplaats terug, vast besloten om zich te wreken. Hij wendde zich terstond tot zijn broeder, Agamemnon, den machtigen koning van Mycene. Met dezen overlegde hij wat hun te doen stond en beiden namen het besluit om de vorsten van Griekenland op te roepen en niet te rusten, eer zij Helena uit Troje in het huis van haar echtgenoot hadden teruggebracht.

De eerste vriend, wiens bijstand Menelaüs inriep, was de oude vorst van Pylos, de grijze Nestor, die vroeger tot de meest beroemde helden van den Argonaulentocht iu vriendschappelijke betrekking had gestaan, en nu als de wijste raadsman in Griekenland bekend stond. Nestor beloofde zijn bijstand; in vereeniging met hem richtte Menelaüs zich tot alle vorsten en helden van Griekenland en riep hij hen op, om hem hunne hulp te verleenen ten einde zich op den vrouwenroover Paris en op de welvarende stad Troje te wreken.

De meeste Grieksche vorsten hadden vroeger insgelijks naar de hand van Helena gedongen; zij waren dus gebonden door de belofte aan Tyndareus gedaan en ook geneigd om haar te houden. De eer, bij een veldtocht tegen Troje te behalen, de schatten der rijke stad, die den overwinnaars in handen zouden vallen, verlokten ook anderen. Bijna alle Grieksche vorsten toonden zich bereid om de schandelijke inbreuk op de rechten der gastvriendschap, door Paris gemaakt, die als eene beleediging voor geheel Griekenland beschouwd werd, door een gemeenschappelijken krijgstocht te straften.

De beroemdste vorsten, die met hunne manschappen hun bijstand aan Menelaüs toezeiden, waren Diomedes, de zoon van Tydeus; Ajax, de zoon van Oïleus, de aanvoerder der Locriërs; Ajax, de zoon van Teiamon de vorst

Sluiten