Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Odysseus landt na storm op het eiland Scheria. Nausicaa. 327

ontstond er een geweldige storm. Het was alsof alle winden tegelijk waren losgelaten. Zwarte wolken bedekten de aarde en de wateren. De zee, tot in hare diepste kolken beroerd, stapelde hare golven torenhoog opeen, en hiel' het vlot nu eens tot de wolken op om het dan weer in den diepsten afgrond te doen nederdalen.

De schrik deed Odysseus' knieën knikken, toen hij alleen op den wijden oceaan door golf op golf overstelpt, zich nauwelijks aan zijn vlot vasthouden kon. Mast en zeilen waren in een oogenblik door den wind losgerukt en weggevoerd. Hij zelf werd door eene golf van het vlot geslingerd; ter nauwernood gelukte het hem, een der balken weder vast te grijpen en zóó een wissen dood te ontgaan.

Maar er kwam hulp. De zeegodin Leucothea, vroeger Ino geheeten. ontfermde zich over hem, en gaf hem een sluier, dien hij om zijne borst moest winden; nadat hij zijne zware kleederen uitgetrokken had, zou bij daarmee zwemmend het eiland der Phaeaciërs kunnen bereiken.

Odysseus gehoorzaamde en landde gelukkig, na een lange en moeilijke worsteling met de branding, die op de kust stond, op het eiland Scheria aan. Volgens het ontvangen bevel wierp bij den sluier met afgewend gelaat in de zee terug. Daar de nacht nabij was en niemand in de verste verte zich vertoonde. restte den held niets dan zich in het woud te verbergen onder een hoop bladeren, dien bij met de handen bij elkaar harkte. Spoedig lag hij in een diepen slaap gedompeld.

Hoog stond de zon den volgenden dag reeds aan den hemel, toen hij door het geluid van vrouwenstemmen uit zijn vasten sluimer werd gewekt.

Nausicaa, de dochter van den Phaeacischen koning Aleinoüs, bad zich, tengevolge van een droom, door Pallas Athene haar toegezonden, — reeds des morgens vroeg op een met muildieren bespannen wagen naar de plaats begeven, waar Odysseus was geland. In de heldere wateren van een stroom, die zich hier in de zee ontlastte, wilde zij de kleederen van het gezin wasschen. Thans was dit werk verricht. Het lijnwaad lag in de zon te drogen; de vorstin had met hare gezellinnen het maal gebruikt, gezongen en gedanst; nu gaven zij zich aan het genot van het balspel over. De bal, door Nausicaa naar een harer gezellinnen geworpen, was in het stroomende water neergekomen. De uitroepen, hierdoor aan den mond der meisjes ontlokt, hadden Odysseus gewekt.

Met krachtige hand brak de held een bladerrijken tak van een der hoornen af, hield dezen voor zich, daar bij geheel naakt was, en trad zóó uit het boscbje te voorschijn.

Op het gezicht van den vreemden, naakten man vluchtten de meisjes gillend naar alle kanten. Alleen Nausicaa, door Athene bemoedigd, bleef staan en wachtte hem af. In welgekozen, vleiende bewoordingen smeekte Odysseus haar, dat zij den armen schipbreukeling een oud kleedingstuk mocht schenken. Zijn wensch werd meer dan vervuld. Op Nausicaa's bevel werd hij door de meisjes gebaad en gezalfd en met een krachtigen maaltijd versterkt. Vervolgens noodigde zij hem uit, om haar naar de nabijgelegen stad en naar het paleis baars vaders te volgen, maar eerst dan wanneer zij zelve thuis gekomen was; kwamen zij te zamen de stad binnen, dan kon dit lichtelijk aanleiding geven tot allerlei praatjes.

Sluiten