Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338 Odysseus vecht met Irus. Penelope ontvangt geschenken van de vrijers.

ontbrandde, gelastte hem den vreemdeling bij baar te brengen, maar deze weigerde le komen; eerst als de avond gedaald was, zou hij haar opheldering geven omtrent den terugkeer van haar echtgenoot.

Het woeste drinkgelag duurde in de zaal voort. Spoedig werd de aandacht der vrijers getrokken door een merkwaardig schouwspel, een strijd namelijk, door den held tegen een in lompen gehulden bedelaar gevoerd, die gewoon was dagelijks van de vrijers spijs en drank te ontvangen. Toen Irus — zoo heette de bedelaar — den vreemde op ruwen toon gebood om hem de plaats op den drempel vrij te laten, antwoordde Odysseus met een onheilspellenden blik: »De drempel heeft plaats genoeg voor ons beiden, en weinig voegt het u, in een vreemd huis een ander de ontvangen gaven te misgunnen. Daag mij niet zoo vermetel tot een vuistgevecht uit; een grijsaard, gelijk ik, mocht u anders eens borst en lippen met bloed bezoedelen."

Door deze taal tot nog feller toorn geprikkeld, daagde Irus hem in nog dreigender bewoordingen tot het vuistgevecht uit; de vrijers — Antinoüs bovenal — hitsten den bedelaar tot den strijd aan, terwijl zij als kampprijs een geitemaag uitloofden, die juist als toespijs op gloeiende kolen gebraden werd.

Nadat Odysseus de vrijers onder eede had doen beloven, dat niemand Irus bijstaan zou. en nadat die eed lachend door allen was afgelegd, maakten beiden zich voor het gevecht gereed. Zoodra Irus de sterke schouderen, de breede borst en de gespierde armen van zijne tegenpartij zag, beefde hij van vrees; gaarne zou hij den strijd hebben ontweken, maar de bedreiging van Antinoüs, dat hij hem tot den slechten koning van Epirus, de schrik van alle naburige volken, zenden zou, opdat deze hein neus en ooren af zou snijden, dwong hem wel om den strijd met Odysseus aan te gaan. De uitslag van bet gevecht was niet lang twijfelachtig. Met een slag, onder bet oor toegebracht. verbrijzelde Odysseus hem hel kakebeen, zoodat een purperen bloedstroom aan zijn mond ontvloeide. Odysseus zelf leidde hem weg, opdat hij niet langer een voorwerp van meedoogenloozen spot voor de minnaars wezen zou.

Het drinkgelag der brassende vrijers, dat na het gevecht der bedelaars opnieuw was begonnen, werd afgebroken door de verschijning van Penelope. die, van bare maagden vergezeld en in een sluier gehuld, de zaal binnentrad en nog schooner dan vroeger zich voordeed aan aller oogen.

Op den lof, door een der minnaars, Eurymachus, aan hare schoonheid toegezwaaid, gaf Penelope te kennen, dat zij eindelijk na langen tweestrijd besloten had, eene keus uit allen te doen. Tegelijk echter beklaagde zij zich. wijl de vrijers, die anders bij bet dingen naar de hand eener aanzienlijke vrouw der geliefde kostbare geschenken plachten te brengen, hier bezig waren met het verkwisten van eens anderen bezitting, zonder daarvoor iets in de plaats te geven.

"Ongepast ware het," antwoordde Antinoüs op Penelope's verstandige woorden, »zoo wij weigerden u geschenken aan te bieden. Neem daarom wat elk van ons aan kostelijke gaven u aanbieden kan." Allen zonden na deze woorden de herauten heen, om geschenken voor de bruid te halen; schitterende gewaden, kostbare borstversierselen, prachtige oorringen en halsketens werden gehaald en door de vrijers aan Penelope aangeboden. De maagden namen de geschenken in ontvangst en volgden hare meesteres naar het bovenvertrek van het paleis. Doch in de zaal duurde bet drinkgelag nog uren lang voort; de vrijers aten, dronken, zongen en speelden en vonden hun grootst vermaak in het beschimpen van den vreemden bedelaar. Eerst laat in den nacht verlieten zij het paleis, om thuis te gaan slapen.

Nauwelijks was de zaal door de gasten ontruimd, of Odysseus spoorde Telemachus aan 0111 nu de wapens te verwijderen en die in de bovenvertrekken te verbergen. Athene was hun daarbij behulpzaam; onzichtbaar voor hen uitgaande, lichtte zij hen voor met eene gouden lamp. Hierop zond Odysseus zijn zoon ter ruste; hij bleef alleen en wachtte Penelope af.

Sluiten