Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Penelope erkent Odysseus. 343

Het bloedig tooneel was afgespeeld. De strijders reinigden zich, Euryclea inoest de zaal met den vloek-afwendenden zwavel berooken, vervolgens gal Odysseus haar bevel om de overige maagden en ook Penelope te roepen. De maagden stormden de zaal binnen eu verwelkomden den held juichend in zijn vaderland. Zij kusten zijn aangezicht en zijne schouders en ook hij weende van innigen weemoed, want hij herkende nog allen.

Intusschen was Euryclea naar boven gestrompeld eu sprak op blijden toon tot Penelope: «Ontwaak, mijne dochter, opdat gij het zien moogt met eigen oogen, waarop gij dagelijks gewacht hebt. Odysseus is teruggekeerd eu hier in huis eindelijk, eindelijk toch! En hij heeft de trotsche vrijers verslagen, die zijne bezittingen verbrast en zijn zoon Telemachus smadelijk behandeld hebben.

In den beginne wilde Penelope niets hiervan gelooven, zij werd zelfs boos op de oude, die haar uit den zoeten slaap gewekt en zulk eene bedriegelijke tijding gebracht had. Eindelijk stond zij van haar leger op. en ofschoon zij nog altijd weigerde te gelooven, dat haar vurigste wensch waarlijk vervuld was, besloot zij toch naar beneden te gaan.

Ook hier, ofschoon Odysseus tegenover haar aan den haard zat. bleef zij in haar twijfel volharden, totdat zij eindelijk door het aanduiden van een teeken, alleen aan Odysseus en aan haar bekend, overtuigd werd, dat zij werkelijk haar echtgenoot na zoovele jaren uit den vreemde had terugontvangen. Nu sloeg zij bare armen om zijn hals, kuste zijn hoofd en vroeg vergeving voor haar vroegeren twijfel en hare daaruit voortgevloeide koelheid.

Zoo waren de echtgenooten eindelijk weer vereenigd. Nu moest Odysseus verhalen. De uren vlogen om. Nadat bij zijn verhaal ten einde gebracht had, sliep de held in, maar nauwelijks brak de dageraad aan, of hij sprong van zijne zachte legerstede op en begaf zich met Telemachus en de beide herders naar de landelijke woning van zijn vader, den grijzen koning Laërtes. Odysseus trof zijn vader in den tuin aan, waar hij bezig was met het omgraven van een boompje. De held durfde zich den grijsaard niet dadelijk bekend maken; om hem niet al te erg te doen schrikken begon bij een sprookje te vertellen, dat hij vroeger Odysseus gekend had, maar hij kon zich niet langer goed houden, zijn gevoel overmeesterde hem; weenend omarmde hij den grijsaard en noemde bij zijnen naam. Toen Laërtes nog altijd bleef twijfelen, liet hij het litteeken aan zijne knie zien, en herinnerde hij zijn vader onder welke omstandigheden deze zijn zoon de vruchtboomen in den tuin geschonken had. De vreugde des wederziens was te groot, de oude koning zonk bewusteloos in de armen van zijn zoon; spoedig echter herstelde hij zich en voerde den wedergekeerde naar zijn huis, waar zijne trouwe dienaars hem juichend omringden.

Het gerucht van den dood der vrijers had zich intusschen door de stad verbreid. De aanzienlijken, wier zonen vermoord waren, drongen het paleis binnen en vonden daar de bloedige lijken. Onder luide jammerklachten droegen zij de dooden uit, vervolgens verzamelden zij zich op de markt om wraakplannen te beramen. Op aansporing van Eupithes, den vader van Autinoüs, liep een groot aantal der op de markt vergaderden naar huis. om zich te wapenen en Odysseus te vervolgen. De overigen werden door de vertoogen van Phemius en Medon van alle deelneming aan dien strijd teruggehouden.

Reeds rukten de vijanden tegen het paleis van Odysseus op, dat slechts door den held zeiven, zijn zoon Telemachus, zijn vader Laërtes, de beide herders en een dienaar van Laërtes met zijne zes zonen verdedigd werd; reeds had Laërtes met zijne lans den aanvoerder Eupithes doorboord; reeds trokken Odysseus en Telemachus hunne zwaarden, om moedig lot den aanval over te gaan, toen Athene tusschen beiden trad. Zij vermaande de Ithaceërs om den rampzaligen krijg te staken. Op haar woord ontvielen de wapens aan de handen der vijanden; zij vluchtten stadwaarts in bange vrees voor hun leven. In weerwil hiervan wilde Odysseus zich toch op de vijanden werpen, maar een bliksemstraal sloeg voor Athene neder en deze sprak: «Edele zoon van

Sluiten