Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

379

op gebeurtenissen, die — meer dan twee duizend jaren na Lycurgus — geen andere strekking hadden dan liet vestigen van een staat, welks taak liet was, gemeenschap van goederen, gemeenschappelijken arbeid, gemeenschappelijke opvoeding der jeugd van staatswege, een volkomen opgaan van de afzonderlijke personen in het groote geheel van het gemeenebest en ten gevolge daarvan de vernietiging van de persoonlijke vrijheid ten nutte van het algemeen tot stand te brengen.

De staat der nieuwere communisten, die eene even scherpe tegenstelling met de Democratie als met de Aristocratie en het Absolutisme vormt, rust op beginselen, welke op liet nauwst verwant zijn met die, waardoor Lycurgus zich bij zijne hervorming liet besturen. De wijze wetgever schiep — om ons van eene hedendaagsche uitdrukking te bedienen. — eene communistischaristocratisclie staatsinrichting.

Aan het hoofd van den Lycurgischen staat stonden twee koningen; de ' koninklijke eerbewijzen bad men hun gelaten, maar alle macht was van hen op de Gerusia, den raad der voor hun leven verkozen grijsaards, en op de volksvergadering overgegaan * . De laatste zweem van gezag werd in lateitijd den koningen zelfs ontroofd, toen de vijf ephoren, vertegenwoordigers des volks, die voor één jaar verkozen werden, liet recht verwierven ook op de regeering der vorsten toezicht uit de oefenen.

De koningen namen iu hel organisme van den staat, zooals dit door Lycurgus in liet leven was geroepen, eene zeer eigenaardige plaats in. Terwijl in elke andere monarchie, gelijk de beteekenis van hel woord zelf reeds aanduidt, één man aan het hoofd der regeering staat, regeerden in Sparta twee koningen met gelijke rechten naast elkander.

De plichten, waarvan zij zich te kwijten hadden, bestonden voornamelijk in het brengen van offeranden van staatswege, in liet aanvoeren van het leger en in bet uitoefenen van de rechterlijke macht. Zij behoorden, even als de vroegere koningen, het land tegenover de goden te vertegenwoordigen en derhalve de oflers in naam van den staat te brengen. Om de betrekking tol de godheid te onderhouden, benoemde elke koning twee Pythiërs; met deze vier priesters vormden de beide vorsten een lichaam, waaraan het bewaren van de uitspraken des orakels was toevertrouwd.

De koningen bekleedden bij alle openbare offerplechtigheden. bij de groote feesten en wedspelen het voorzitterschap; zij ontvingen bij die gelegenheden altijd liet deel der eere benevens de huiden van alle in het land geofferde dieren. Hun recht om het leger aan te voeren was onverkort gebleven; elk hunner verscheen in bet veld, omringd door eene lijfwacht van honderd adellijke ruiters. Gedurende den oorlog was hun de macht over leven en dood der hunnen verleend, terwijl zij van den buit liet aanzienlijkste deel ontvingen. In vredestijd bezaten zij zulke uitgebreide rechten niet. Zij deden nog naar goedvinden uitspraak over familieaangelegenheden van den adel, moesten hunne toestemming geven bij het uithuwelijken van erfdochters, beslisten elk geschil over het mijn en dijn en hadden de hoofden der gemeenten van de Perioeken te benoemen.

De inkomsten der koningen waren niet onbelangrijk, ofschoon de domeingoederen. die hun vroeger toebehoorden, aan den slaat waren overgegaan. In vergoeding hiervoor ontvingen zij echter de koningsschatting, de belasting, welke de Perioeken moesten betalen, en hierdoor zagen zij zich in staal gesteld om zóó onbekrompen Ie leven als over het algemeen één adellijke in Sparta maar leven kon.

*) De volksvergadering, volgens de letter der berichten, door de Grieksehe schrijvers ons medegedeeld, maar inderdaad, gelijk wij hoven reeds opmerkten, de vergadering van den adel. De lezer houde ook in het vervolg in het oog, dat de Grieken, wanneer zij van het Spartaansehe volk spreken, altijd den adel bedoelen.

Sluiten