Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

395

De Spartaansche legers leden nederlaag op nederlaag; gedwongen om Messenië te ontruimen, moesten zij al de vrucht van een twintigjarigen strijd opgeven.

Niet tevreden niet liet herwinnen van hunne vrijheid, maakten de Messeniërs van hunne overwinningen gebruik, om aanvallenderwijs tegen Sparta te werk te gaan. Roovend en plunderend drongen zij het Eurotasdal binnen en tot in de onmiddellijke nabijheid der stad door; daar verwoestten zij de velden, zoodat in Sparta zelfs gebrek ontstond.

De Lycurgische staat scheen met den ondergang bedreigd. Terecht vreesde de adel van Sparta, dat de Perioeken en Heloten niet den vijand gemeene zaak zouden maken. Hier kwam nog bij, dat in hun eigen boezem ontevredenheid heerschte, want de edelen, die in Messenië landgoederen bezeten hadden en die nu verarmd van daar teruggekeerd waren, eischten eene nieuwe verdeeling van den grond; zij begeerden dat hun in het Eurotasdal zelf landerijen zouden worden aangewezen.

De Spartanen verkeerden in een schier wanhopigen toestand; slechts door het inwinnen van den raad der goden meenden zij daarin verbetering te kunnen aanbrengen. Zij wendden zich tot het orakel van Delphi.

De godspraak kondigde hun aan, dat de eendracht in hun boezem zou wederkeeren. wanneer het snarenspel van Terpander van Methymna hun in de ooren klonk. Terpander, de kunstenaar, speelde hierop een lied op de citer en stemde hen, gelijk Diodorus verhaalt, tot eendracht door de harmonie zijner toonen. Geheel veranderd van gezindheid omarmden de burgers elkaar inet kussen en met tranen.

Al was, door de toovermacht des zangers, de inwendige tweespalt door eendracht vervangen, toch hadden de Spartaansche wapenen nog geen zegepraal bevochten, nog waren de moed en het zelfvertrouwen niet teruggekeerd, en opnieuw wendden de koningen zich tot het Delphische orakel. Dit gebood hun, uit de Atheners een aanvoerder te kiezen.

Pausanias verhaalt, dat de Atheners de Spartanen niet gaarne helpen en toch het orakel gehoorzamen wilden en dat zij daarom een kreupelen schoolmeester van Aphidnae, Tyrtaeüs, kozen en als aanvoerder naar Sparta zonden. Maar dit is ongetwijfeld een verzinsel van jongere dagteekening, geboren uit den naijver tusschen Athene en Sparta, die ten lijde van den tweeden Messenischen oorlog nog niet bestond. Tyrtaeüs was ongetwijfeld reeds toen een zeer beroemd zanger, dien de Atheners naar Sparta zonden om den moed der in het nauwgebrachten, overeenkomstig het bevel van het orakel, op te beuren.

Het was een groot geluk voor de Spartanen, dat juist Tyrtaeüs hun toegezonden werd. een dichter en een krijgsman tevens.

Door zijne liederen wist hij de jonge edelen op nieuw in geestdrift te doen ontvlammen; niet alleen wekte hij daardoor hun gezonken moed op, maar hij vervaardigde ook marschliederen, die bij den aanval gezongen werden en eene krachtige uitwerking hadden. Zoo lachte het krijgsgeluk weldra opnieuw den Spartanen toe, wier pogingen daarenboven door het verraad der bondgenooten van de Messeniërs begunstigd werden.

Koning Aristocrates van Orchomenus in Arcadië liet de Messeniërs te midden van een veldslag in den steek en bewerkte hierdoor hunne nederlaag.

Nieuwe zegepralen, door de Spartanen behaald, dwongen de Messeniërs al verder en verder terug te trekken, totdat zij eindelijk de uiterste grenzen van Arcadië bereikt hadden. Hier verheft zich een gebergte ter hoogte van 4000 voet; zijn hoogste top, de Ira, mocht eene door de natuur gebouwde vesting heeten; derwaarts vluchtten de Messeniërs met al hunne have en hun vee; de toegangen versperden zij door het optrekken van muren en zoo boden zij nog elf jaren lang aan alle aanvallen der Spartanen het hoofd, tot dat eindelijk. na zulk een langen en hardnekkigen oorlog, hun aantal derwijze versmolten was, dat zij niet langer in staat waren te vechten. Den Messenischen soldaten werd intusschen een vrije aftocht toegestaan en onder dit beding verlieten zij

Sluiten