Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

416 De echtgenooten. Feest der naamgeving. Plichten der kinderen.

mei overleg en spaarzaamheid huis te houden. De gehuwde vrouwen mochten geen deel nemen aan de drinkgelagen en feesten, welke de mannen vierden, maar moesten zich in het vrouwenverblijf ophouden; geen vreemde man mocht bij afwezigheid van haar echtgenoot haar huis binnen treden. Met hare vriendinnen en bloedverwanten mocht zij vrij omgaan, doch wanneer zij haar een bezoek bracht, moest zij altijd op straat verschijnen, door een slaaf of eene slavin vergezeld. Bij nacht mocht zij haar huis dan alleen verlaten, wanneer een slaaf haar mei een fakkel voorlichtte.

De minvermogende burgers konden zulke wetsbepalingen natuurlijk niel altijd in acht nemen, aan hunne vrouwen was ten 'gevolge hiervan meerdere vrijheid vergund. '

De man was de voogd zijner vrouw; deze kon in rechtszaken niet zelfstandig handelend optreden, maar stond in alles onder (Je volstrekte macht van haar echtgenoot. Indien zij kinderloos bleef, of zelfs haf.ar man niet langer behaagde, was deze bevoegd om haar aan hare familie terug'fe geven; in dat geval mocht hij echter het uitzet niet behouden. De vrouw bezat van haar kanl het recht een eisch tot echtscheiding tegen haar man in t<* stellen, wanneer bij haar slecht behandelde of wanneer hij eene lichtekooi .'n huis nam en een bijwijf nevens zijne wettige echtgenoot hield. Overigen? werd een vergrijp tegen de huwelijkstrouw den man niet hoog aangerekend terwijl de wet van de vrouw de onkreukbaarste trouw eischte.

Een gehuwd man, die niet van zijne ontrouwe echlgenoot scheidi'e, maar haar in huis hield, verloor zijne burgerlijke rechten. De echtbreekster wcnl als eerloos beschouwd; zij mocht zich nooit in den tooi der vrouwen !'n het openbaar vertoonen; een ieder bezat bet recht haar die versierselen af te ruiken en haar te mishandelen. \

De man bleef zijne rechlen op zijne vrouw nog na zijn dood uitoefeir.enAlleen der kinderlooze weduwe stond het vrij, na den dood van haar m'an met haar bruidschat naar het ouderlijke buis terug te keeren; waren er kindere.11dan moest de man bij uitersten wil bepalen wie zijne weduwe huwen moes'In weerwil van den afhankelijken toestand, waarin de vrouwen van Attic(a over het geheel verkeerden, was de betrekking tusschen de echtgenooten toel1 meestal ernstig en waardig. De Attische zeden eischten van den man, dat hij zijne vrouw met onderscheiding behandelde.

Een huwelijk werd eerst als volkomen beschouwd, zoodra er een kind geboren was. Terstond na de geboorte werd het huis versierd; bij een knaap met kransen van olijftakken, bij een meisje, door het ophangen van een wollen band. De vader moest beslissen of de jonggeborene in het leven zou blijven of niet; nam hij het wicht op, dan ontving bij het als zijn kind: dan werd het rondom den haard gedragen; van dezen oogenblik hield de vaderlijke macht over het leven van zijn kind op. Liet bij het liggen, dan werd het te vondeling gelegd.

Op den tienden dag na de geboorte werd een feestmaal gehouden, dat eenige overeenkomst vertoont met ons doopmaal; het kind ontving zijn naam en werd in de naamlijst der burgers ingeschreven.

De kinderen waren tot stipte gehoorzaamheid jegens hunne ouders verplicht, zij moesten hen ondersteunen en op hun ouden dag onderhouden; het schenden van den kinderplicht tegenover de ouders sleepte zware straffen na zich. Bij den dood der ouders waren de kinderen verplicht voor hunne begrafenis zorg te dragen. Dezen plicht moesten ook zulke kinderen vervullen. wier ouders hen niet in staat hadden gesteld zich tot een handwerk of eenig ander middel van bestaan te bekwamen.

Het volksgeloof der Grieken achtte het begraven van de dooden voor hunne rust onontbeerlijk. Die zielen, wier lichamen geene rustplaats in het graf hadden gevonden. zwierven rusteloos oin de poorten der onderwereld rond. Het was derhalve een plicht, door de eer voorgeschreven, de lijken

Sluiten