Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

430

Clisthenes teruggeroepen. Oorlog met Sparta en Thebe.

dien maatregel van geweld en bleef zijne plaats bekleeden. Isagoras zag zich "enoodzaakt 0111 de toevlucht te nemen tot nieuwe maatregelen van geweld en hij. de eerste archont, ontzag zich niet den burg van Athene, de Acronolis met hare heiligdommen, den vreemdelingen in handen te leveren.

Toen Cleomenes den burg in bezit nam, vond hij in het heiligdom van Athene geen vriendelijk onthaal. De maagdelijke piiesteies der godin liep hem toe: «Wijk terug, vreemdeling van Lacedaemon, de goden willen met dat een Doriër hier binnentreedt." — »Ik ben geen Doriër, hernam Cleomenes bedeesd, «maar een Achaëer." Doch in weerwil hiervan ontving hij geen vriendelijk antwoord. .

Het woord der priesteres werd spoedig door Athene verbreid; het bezetten van den burg door de Spartanen verwekte bij het gansche volk eene diepe verontwaardiging. Reeds waren de Athcners mondig geworden; zij lieten zich niet meer door een enkelen man onderdrukken. In dichte drommen stroomden zij naar den burg toe en sloten dien in. Cleomenes moest wel begrijpen, dat hij met zijne handvol Spartanen den gewapenden burgers geen weerstand kon bieden. Zijne moedeloosheid verleidde hem tot eene laaghartige daad. Hij kocht zijnen vrijen aftocht, door hen te verraden, als wier beschermer hij opgetreden was. Het volk liet de Spartanen aftrekken. nadat zij de wapens hadden neergelegd. Cleomenes had de edelen die aan den staatsgreep medeplichtig waren geweest, moeten uitleveren. Alleen aan Isagoras gelukte het te ontvluchten en Cleomenes naar Sparta te volgen. De uitgeleverden ondergingen een treurig lot; zij werden wegens landverraad ter dood veroordeeld en te recht gesteld.

Clisthenes werd teruggeroepen. Thans kon hij de hervorming, waarmede hij vroeger een begin had gemaakt, op de boven vermelde wijze voltooien. Maar al was voor het oogenblik de overwinning behaald, daarom was hel gevaar nog niet voorbij. Een tal van vijanden wapende zich, ten einde de jeugdige vrijheid van Athene te vernietigen. .....

Cleomenes wilde den smaad, hem aangedaan, tot eiken prijs uitwisschen. Hij verzamelde een Peloponnesisch leger, om hiermede tegen Athene op te rukken. De aanhangers van Hippias staken insgelijks de hoofden bijeen en alle naburen van Athene grepen naar de wapenen, dewijl de zoo snel aangroeiende macht van Attica's hoofdstad hun bezorgdheid inboezemde. ° De Doriërs van het eiland Aegina, ten zuidwesten van Attica in de Saronische golf gelegen, die het met leede oogen aanzagen, dat de zeemacht van Attica de hunne weldra dreigde te overvleugelen, en de edelen der stad Chaleis op Euboea, die van de ontwikkeling der democratie bij hunne naburen gevaar voor hun invloed duchtten, vatten de wapens op. Maar bovenal meenden de Thebanen, dat thans de tijd gekomen was om Athene ten onder te brengen.

De vijandschap tusschen Athene en Thebe dagteekende reeds van vroegeren tijd. De Boeötische stad Plataeae, aan de noordelijke helling van het Cithaerongebergte gelegen, had zich van het bondgenootschap met Thebe losgerukt. Toen de Atheners op zekeren dag bij het groote altaar, op den weg van de markt naar de Acropolis, eene offerande wilden brengen, zagen zij gezanten van Plataeae als smeekelingen bij het altaar staan, die hunne stad onder de bescherming van Athene kwamen stellen. Athene en Thebe rustten zich wederzijds tot den oorlog uit; reeds stonden de beide legers tegenover elkander, toen de Corinthiërs hunne bemiddeling aanboden. Dit aanbod werd aangenomen. De scheidsrechterlijke uitspraak luidde, dat de Thebanen alle Boeötiërs, die niet tot de Boeötiërs behooren wilden, met rust moesten laten.

Het geschil scheen dus bijgelegd; het Attische leger wilde den terugmarscli aannemen, toen het eensklaps op verraderlijke wijze door de Thebanen aangevallen werd. Bij verrassing hoopten deze de overwinning te behalen; doch zij vonden een krachtigen tegenstand en leden eene zware nederlaag.

Sluiten