Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xenophanes en zijne wijsbegeerte.

443

Zijne leerlingen plantten zijne denkbeelden voort. In meer dan ééne stad van Groot-Griekenland werden Pythagoraeïsche vereenigingen gesticht, die zich aan het hoofd stelden van elke beweging in aristocratischen geest en die er on uit waren, om zich van de regeering meester te maken. Het gevolg hiervan was, dat zij meer dan eens dezelfde vervolging ondergingen, waaraan zij te Croton ten doel hadden gestaan.

Eene derde wijsgeerige school, die door een tijdgenoot van Pythagoras, door Xenophanes, gesticht werd, was de Eleatische. Xenophanes was in het iaar b72 te Colophon geboren. Na de inneming van zijne vaderstad dooide Perzen, in het jaar S47, verliet hij haar en trok hij naar het westen, om een nieuw vaderland te zoeken. Hij sloot zich bij de Phocaeërs aan, die in het jaar 532 de stad Elea stichtten. Als talentvol dichter bezong Xenophanes de stichting van Elea in een gedicht van 2000 verzen. Maar «rooter naam dan met dit gedicht, verwierf hij zich door zijne wijsgeerige navorschingen. wier uitkomst hij insgelijks in een dichterlijken vorm kleedde en op de wijze der oude rhapsoden in het openbaar aan het volk voordroeg. Zijne stellingen nemen in de geschiedenis der wijsbegeerte eene hoogst belangrijke plaats in; want hij is de eerste Griek, die zonder eenig voorbehoud "met het oude geloof aan de goden gebroken en de mythologie, als den denkenden mensch onwaardig, als onzinnig en onzedelijk verworpen heeft. Hij ,nag de vader van het Pantheïsme heeten. De groote oorspronkelijke, "eestelijke kracht, waarin alle krachten, die in de natuur het leven te voorschijn roepen, opgesloten zijn, de in de natuur inwonende ziel, de schepper, heer en god der wereld, is volgens hem de rede. Het heelal is ziin "od; god en de wereld zijn in zijne voorstelling één.

jlet scherpen spot hekelde Xenophanes zoowel de stellingen van Pythagoras als de oude godenmythen. Wanneer er een aantal goden bestond, vroe" hij, hoe kon er dan één hoogste en machtigste god bestaan? Een ,Tod,° die door een anderen god beheerscht wordt, is immers geen god meer. ° De goden in menschelijke gedaante zich voor te stellen, was in zijn oog belachelijk. Hoe zouden zij er dan wel uitzien? De negers vereerden zwarte «oden met stompe neuzen, de Thraciërs goden met blauwe oogenen rood haar. Indien ossen, leeuwen en paarden konden teekenen, zouden zij goden afbeelden die volkomen de gedaante van ossen. leeuwen en paarden vertoonden.

' Op strengen toon veroordeelde Xenophanes de dichters Homerus en Hesiodus. Deze, zoo sprak hij, hebben den goden al zulke dingen toegedicht die een mensch lot schande verstrekken, diefstal, echtbreuk en bedrog; de «elieele vereering van de goden, de geheele mythologie moet in vergetelheid begraven worden, zelfs aan een vroolijken maaltijd mag er niet langer sprake zijn van Titanen, Giganten en Centauren, die fabelachtige voortbrengselen van de verbeelding der vorige geslachten. Een god is onder de goden en menschen de «rootste; liij ziet alles, hij denkt en hoort alles, hij bestuurt alles naar de „ezindheid van zijn hart; hij staat onbewogen pal en keert zich noch liernoch derwaarts. Dit is de-rede, het denken, de eeuwigheid.

jylet eene even bittere, niets ontziende spotternij overlaadde Xenophanes ook de meest geliefkoosde uitspanningen en gewoonten des volks, de gymnastische spelen. het streven naar buitengewone lichaamskracht. de brandende begeerte om zich bij de Olympische en andere wedspelen als overwinnaars beroemd te maken.

«Waarlijk," zoo riep hij den Grieken toe. «doorzicht is beter dan de sterkte van mannen en paarden, maar die gave wordt, helaas, weinig geteld en toch is het onrechtvaardig, aan de lichaamskracht de voorkeur te geven boven de wijsheid. Al kan eene stad of een dorp ook bogen op het bezit van een ervaren vuistvechter, of van een man die uitmunt in hel worstelen of in den wedloop, die de eerste plaats bekleedt onder de lichaamsoefeningen, daarom worden nog aan eene stad geene betere wetten geschonken en de burgerij trekt er waarlijk weinig nut uit, wanneer één uit haar midden te Olympia de overwinning behaald heeft.'

Sluiten