is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

454 Miltiades. Krijgstoerustingen van Darius. Mardonius.

Toen Pisistratus zich te Athene van het bewind meester gemaakt had. zal de oudere Miltiades op zekeren dag voor zijne woning. Mistroostig gestemd over hetgeen in zijn vaderstad plaats greep, tuurde hij langs de straat. Nu bespeurde hij een groep mannen in eene vreemde, Thracische kleederdracht. die de straat langs wandelden en nieuwsgierig, als zochten zij een onderkomen, de huizen aankeken. Met echt Grieksche gastvrijheid noodigde Miltiades de vreemdelingen in zijn huis. Nauwelijks hadden zij den drempel overschreden, of zij begroetten hem als hun heer en huldigden hem als hun koning.

Zij waren afgevaardigden der Dolonkers, een stam uit den Thracischen Chersonnesus. De Dolonkers, die door noordelijk wonende stammen in het nauw werden gebracht, gevoelden behoefte aan een opperhoofd. Zij wendden zich derhalve tut het orakel van Delphi, en ontvingen de aanwijzing, dat zij dien man tot koning moesten kiezen, die hunnen gezanten te Athene het eerst gastvriendschap bewijzen zou.

Miltiades nam de hem opgedragen koninklijke waardigheid aan; hij verliet Athene, gevolgd door een aantal zijner aanhangers, des te liever, naarmate zijn ai keer van de tyrannie van Pisistratus sterker was. De erfgenaam van zijne heerschappij was de jongere Miltiades, wiens naam wij reeds bij het verhalen van den tocht der Perzen tegen de Scythen genoemd hebben zie blz. 223); hij was het, die aan de Grieksche vorsten den raad gaf om de Donaubrug af te breken.

Van dien tijd af' achtte Miltiades zich in Thracië niet langer veilig. Na den Ionischen opstand was hij met zijne schatten naar zijne vaderstad Athene teruggekeerd. Met vier triëeren zeilde hij naar Attica; als een man van 60 jaren betrad hij opnieuw den vaderlandschen grond.

De volksleiders Xanthippus en Arislides vreesden, dat hij zijne schatten en de hem onbepaald gehoorzamende bemanning zijner vier oorlogsschepen gebruiken zou, om zich van de alleenheerschappij meester te maken, om te Athene met even onbeperkte macht te regeeren als vroeger in den Chersonnesus. Zij brachten dientengevolge eene aanklacht tegen hem in. dat hij in den Chersonnesus een despotiek bestuur gevoerd had; maar de heliasten spraken hem vrij. Zij deden daaraan wel, want Miltiades onderwierp zich als eenvoudig burger aan de staatsregeling van Athene; hij scheen vergeten te hebben, dat hij eenmaal koning was geweest.

Terwijl de Atheners al hunne kracht aan de verbetering van hunne wetgeving wijdden, werden zij steeds van meer nabij door het gevaar van een oorlog met de Perzen bedreigd. In vereeniging met Eretria hadden zij alleen onder alle Grieken liet gewaagd, den opstand der Ioniërs te ondersteunen. Ilerodotus verhaalt: «Toen Darius hel bericht van het verbranden van Sardes tijdens den Ionischen opstand ontving, vroeg hij slechts, wie de Atheners waren; toen hij hiervan onderricht was, eischte hij zijn boog, nam dien in de hand, legde een pijl daarop, richtte dien naar boven en sprak, terwijl hij in de lucht schoot: «Zeus, geef dat ik mij op de Atheners wreke!" Na deze woorden droeg hij aan een zijner dienaren den last op om, zoo dikwijls als hij aan den maaltijd ging. hem driemaal toe te roepen: «Heer, gedenk de Atheners!"

Al behoort dit verhaal ook onder de anecdoten thuis, zeker is het, dal Darius vast besloten was, de Atheners voor hunne deelneming aan den Ionischen opstand te straffen. Hij werd hiertoe nog meer aangezet door Hippias, die zich aan het Perzische hof ophield en geen middel onbeproefd liet om den koning legen Athene op te hitsen, dewijl hij hoopte, door de hulp der Perzen in zijne heerschappij hersteld te worden en zich voor zijne verbanning op zijne landgenooten te kunnen wreken.

Darius ging sedert langen tijd zwanger van het voornemen om geheel Griekenland aan zijn schepter te onderwerpen. Nadat de Ionische opstand geheel onderdrukt was, begon hij met de uitvoering van zijn plan. Hij droeg aan zijn schoonzoon Mardonius, den jeugdigen zoon van Gobryas, het opperbevel over een machtig.leger en eene talrijke vloot op.