Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfverloochening van Themistocles. Leonidas.

475

ruslen. Alle staten beloofden onder eede, dat zij elkaar wederkeerig helpen en die landen, welke zich anders dan in den uitersten nood aan de Perzen overgaven, straffen zouden, wanneer de overwinning den Hellenen ten deel viel.

Nu kwam het er op aan, te bepalen, welke slaat met liet opperbevel over de gezamenlijke strijdkrachten hekleed zou worden. Dat aan Sparta het opperbevel over de landmacht zou worden opgedragen, was reeds vooraf zoo goed als zeker; op liet opperbevel over de zeemacht daarentegen maakte Atliene aanspraak en met recht, daar liet bereid was om alleen meer schepen te leveren dan alle overige Grieksche staten te zamen. Doch hiertegen verzetten zich de altijd zelfzuchtige en veeleischende Spartanen; ofschoon zij zelf geene zeemacht bezaten, vorderden zij, dat hun in weerwil hiervan ook het opperbevel ter zee over de verbonden vloten verleend zou worden. Zij verklaarden kort en goed. dal zij niet onder het bevel van een Athener wilden staan. De Peloponnesische bondgenooten en vooral de hooghartige Aegineten vereenigden zich met deze verklaring.

Het pas gesloten bondgenootschap werd met ontbinding bedreigd; in die gevaarlijke omstandigheden spoorde de scherpzinnige Themistocles de Alheners tot toegevendheid aan; de redding van Griekenland woog bij hem zwaarder dan een nietig verschil over gezag, dan de eer van liet opperbevel.

Athene gaf toe en bewilligde er in, dat de Spartaan Éurybiades het opperbevel over de vloot aanvaardde. Door hunne zelfverloochening verwierven de Atheners zich eene onsterfelijke verdienste omtrent hun vaderland. Hoe ernstig zij er zich daarenboven op toelegden om de verplichtingen, die zij op zich genomen hadden, te vervullen, dat bewezen zij met der daad. Zij zetten hunne toerustingen met zooveel ijver voort, dat na verloop van 4 weken, in hel begin van de maand Juli 480, Themistocles reeds met 147 schepen in zee kon steken. De gehèele Peloponnesus zond niet meer dan 115 schepen. Ook na dit tijdstip ging Athene onophoudelijk met zijne uitrustingen voort, om de toegezegde 200 oorlogschepen voltallig te maken.

Te Sparta had juist het tegenovergestelde plaats; met een onverantwoordelijke nalatigheid ging deze staat te werk. Onder voorwendsel, dat de Olympische spelen op handen waren en dat Sparta hierom geene krijgsmacht van renige beteekenis over de grenzen zenden kon. werden slechts .'i(M) hopliten tot verdediging van het Oeta-gebergte afgezonden. De hoofdstad van den Peloponnesus stelde dan ook niet het minste belang in liet behoud van MiddelGriekenland. Indien Sparta één man naar het leger der bondgenooten zond, dan deed het dit, omdat het voorden drang der omstandigheden moest wijken.

Koning Leonidas, de stiefbroeder, schoonzoon en opvolger van Cleomenes — hij was met Gorgo, de dochter van den overleden vorst, gehuwd — voerde de 300 Spartanen aan. Hij openbaarde bij het aanvoeren van dit legertje evenveel moed en geestkracht als de Spartaansche staat bij het uitrusten van deze bende nalatigheid en onwil betoond bad. Om den zoo diep gezonken moed der staten van Middel-Griekenland op te beuren. liet hij overal het bericht verspreiden, dat een aanzienlijk leger uit den Peloponnesus op marsch was, waarvan hij slechts de voorhoede aanvoerde. Onder zulke omstandigheden durfden de Grieksche staten hunne ondersteuning niet weigeren, ook Thebe zond, hoewel half onwillig, 400 hopliten, de overige staten volgden, zoodat Leonidas, toen bij aan den zuidelijken voet van den Oeta zijne legerplaats opsloeg, 8000 man onder zijne bevelen had.

Intusschen was Xerxes voorwaarts gerukt. De marsch over den met sneeuw bedekten kruin van den Olympus, door de nauwe passen en dichte wouden had het Perzische leger wel eenigen tijd opgehouden, maar toch drong 'iet, zonder tegenstand te ontmoeten, tot aan de noordelijke helling van het letagebergte door.

De verbinding tusschen Noord- en Middel-Griekenland wordt gevormd door len nauwen pas der Thermopylae. Toen — want tegenwoordig is die streek

Sluiten