Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heldendood van Leonidas en zijne dapperen.

479

wanneer een gedeelte van liet leger de Perzen aan de Thermopylae zoo lang ophield, totdat de teriigtrekkenden de vervolgers een goed eind weegs vooruit waren. De verdedigers van den pas gingen een onvermijdelijken dood tegemoet. Zij hadden op geene verschooning van de zijde der Perzen te rekenen.

Leonidas aarzelde niet zijn leven blijmoedig aan het vaderland ten offer te brengen, ten einde het aan zijne zorgen toevertrouwde leger te redden. Zoo werd de uitspraak van het orakel vervuld: »De Spartanen zouden den dood van een koning uit het geslacht van Heracles beweenen, maar de groote en beroemde stad zou des te zekerder de verwoesting door de hand der Perzen ontgaan."

Met zijne driehonderd Spartanen wilde Leonidas den pas verdedigen, terwijl de bondgenooten terugtrokken. Alleen den Thebanen beval hij te blijven, opdat ook dezen lot den laatsten oogenblik tegenover de Perzen zouden staan; daardoor zou Thebe gedwongen worden zich voortaan een trouw bondgenoot der Hellenen te betoonen. Leonidas gaf het bevel lot den terugtocht. Maar niet alle strategen der bondgenooten gehoorzaamden hem. Demophilus, de aanvoerder der dappere Thespiërs, verklaarde, onder de levendige toejuiching zijner landgenooten, dat hij blijven en met den koning sterven wilde, daar zijne vaderstad toch verloren was, wanneer de Perzen den pas binnendrongen. De Thespiërs hadden besloten, in den roem der Spartanen te deelen; zij bleven, en dientengevolge voerde Leonidas nog ruim 1200 hopliten aan. terwijl het overige leger terugtrok. Het was waarlijk reeds zeer gedund en weinig meer dan 3000 man sterk. Thans stond Leonidas en den zijnen niets meer te doen, dan den Perzen zulke zware verliezen toe te brengen als maar mogelijk was. De Spartaansche veldheer wachtte daarom den aanval niet af, maar drong uit den ingang der engte naar voren en greep de Perzen in de ruime vlakte aan. De Spartanen en Thespiërs wedijverden met elkander in onverschrokken dapperheid, in verachting van elk doodsgevaar. Ieder krijgsman was een held; de ontelbare scharen der Perzen werden door deze handvol strijders op vreeselijke wijze gedund. Twee broeders van Xerxes sneuvelden, maar ook Leonidas stortte spoedig doodelijk getroffen neer. Zijn sneuvelen vuurde de woede der Hellenen aan. Een hevige strijd ontbrandde om het bezit van zijn lijk. De lansen vlogen aan splinters; nu grepen de hopliten naar hunne zwaarden; tot viermaal toe brachten zij de Perzen tot wijken.

Het bericht kwam, dat de bende van Ilydarnes de omtrekking volbracht en den ingang van den pas bereikt had. Thans trokken de Spartanen en Thespiërs terug. Niemand van hen bezat meer eene lans, van meer dan één hunner was ook het zwaard gebroken, toch dacht niemand er aan, den strijd op te geven.

Meer en meer versmolt het kleine hoopje dapperen; eindelijk waren er slechts enkelen, ter dood toe uitgeput, van de vreeselijke slachting overgebleven. Dezen verzamelden zich op een kleinen heuvel in de nabijheid van de tweede poort; hier wachtten zij rustig den vijand af, die ook weldra op hen instormde. Tot op den laatsten man werden de helden neergehouwen.

Zoo was de pas door de hulp van den verrader veroverd, maar tot welk een prijs! Xerxes had meer dan 20,000 man verloren.

Van alle verdedigers hadden alleen de Thebanen zich lafhartig gedragen; zij wierpen, zoodra de Perzen hen naderden, hunne lansen en schilden weg, strekten smeekend de handen uit en riepen den aanrukkenden vijand toe, dat zij hunne vrienden waren. In weerwil biervan waren toch in het gewoel en de verwarring van het gevecht velen neergestooten.

Doch de overigen ondergingen een nog veel treuriger lot. Xerxes wilde den Grieken toonen, dat niemand, die de wapenen tegen hem had opgevat, op eenige verschooning kon rekenen; hij liet den aanvoerder der Thebanen, Leontiades, met een gloeiend ijzer het merk der koninklijke slaven in het naakte vleesch branden. Hetzelfde lot trof alle gevangen Thebanen. Zóó gebrandmerkt zond Xerxes hen naar Thebe terug.

Sluiten