Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

494

Trouwbreuk der Spartanen. Gezanten te Sparta.

Te Alliene regeerde het volk, te Sparta de adel; met het karakter der beide regeerende partijen waren de van weerszijden genomen besluiten ook volkomen in overeenstemming.

Athene bracht zich zelf bereidwillig voor het gemeenschappelijk vaderland ten otter, Sparta dacht in bekrompen zelfzucht alleen aan zijn eigen behoud. Het verbond tusschen de Atheners en de Perzen was in hun oog slechts gevaarlijk, zoo lang de muur op den Isthmus, die den Peloponnesus tegen den inval der Perzen moest beschutten, nog niet voltooid was. Hierom waren de Spartaansche gezanten naar Athene gezonden, ten einde door onderhandelingen tijd te winnen. Was de Peloponnesus beveiligd, dan meende Sparta de Atheners niet langer noodig te hebben, want de Perzische vloot was immers overwonnen en lag ver van Hellas bij het eiland Samos. De ondergang van Athene was zelfs in het belang van Sparta: Sparta's mededingster naar de hoogste macht in Griekenland was dan onschadelijk gemaakt.

Met den grootsten ijver werd aan de voltooiing van den muur op den Isthmus gearbeid. Nauwelijks was hij gereed, of Cleombrotus, die de Spartanen aanvoerde, ontbond het Peloponnesische leger. Alleen in de vestingwerken werd eene bezetting achtergelaten; in strijd met hunne te Athene afgelegde belofte keerden de Spartanen naar hunne haardsteden terug.

In het begin van Juli 47'.) had Mardonius zijne troepen met die van Artabazus vereenigd en ging hij naar het zuiden op marsch. "ij voerde een leger aan, dat met inbegrip van de hulptroepen, door de Noord-Grieksche volken geleverd, ongeveer 350,000 man telde.

Toen het bericht van het aanrukken der Perzen te Athene aankwam, verwekte dit eene groote opschudding, want te gelijker tijd vernam men, hoe trouweloos de Spartanen hunne belofte geschonden hadden, door het Peloponnesische leger te ontbinden, en dat men derhalve alle hoop op spoedige hulp opgeven moest. Men besloot, onmiddellijk een gezantschap naar Sparta te zenden.

Cimon, de zoon van Miltiades, zou een deel van dit gezantschap uitmaken; hem werd in last gegeven de Spartanen plechtig tot de vervulling van hunne belofte aan te manen; Megara en Plataeae zonden insgelijks met hetzelfde doel afgevaardigden naar Sparta. De beide Atheensche gezanten, Cimon en Myronides, hielden te vergeefs den ophoren met den meesten ernst voor dat de Alheners geheel oprecht en zonder eenig bijoogmerk ten aanzien van hunne bondgenooten een verdrag met de Perzen, uit afschuw van elke daad, die naar verraad jegens het vaderland zweemde, hadden afgewezen, en dat de Spartanen nu, uit dankbaarheid daarvoor, hunne belofte verbroken hadden. Zij herinnerden hun, dat het thans hun duurste plicht was, zoo spoedig mogelijk hulptroepen te zenden, opdat de Grieken in staat zouden zijn aan den inval der Perzen in Attica het hoofd te bieden.

Met hoeveel ijver Cimon en Myronides zich ook van hunne taak kweten, met welke krachtige, overredende taal zij ook de ephoren toespraken, zij ontvingen niets dan ontwijkende antwoorden. De eene dag na den anderen verliep, zonder dat men tot eene beslissing was gekomen, totdat de ephoren eindelijk verklaarden, dat de Spartanen voor dezen oogenblik geene troepen konden uitzenden, dewijl het heilige feest der Hyacinthiën ophanden was. hetwelk eerst gevierd moest worden, voordat men aan het vertrek der Spartaansche troepen denken kon.

Thans was het geduld van Cimon uitgeput; in overleg met zijn medeafgevaardigde en met de gezanten van Plataeae en Megara besloot hij Sparta te verlaten. Nog eens wilden de gezanten voor de ephoren verschijnen en hun zeggen, dat zij rustig hunne feesten mochten vieren, maar dat de Atheners dan ook vrede met de Perzen zouden sluiten en dat zij dan misschien in de noodzakelijkheid zouden zijn. in vereeniging met de veroveraars Sparta te bevechten. De Spartanen zouden dan de gevolgen zich zelf te wijten hebben. Na dit besluit te hebben genomen, gingen de gezanten uiteen.

Sluiten