Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

528

Wapenstilstand met Sparta. Cimons dood.

om den vrede tusschen Athene en Sparta tot stand te brengen. Docli dit gelukte lieni niet geheel. Alleen bracht hij te weeg, dat er in het jaar iaO een wapenstilstand voor vijf jaren gesloten werd. Reeds dit was eene zaak van groote beteekenis, want het Peloponnesisch verbond had daardoor het Atheensche verbond erkend.

Was bet altijd Cimons streven geweest, den oorlog tegen de Perzen tot het uiterste door te zetten, ook thans bleef hij met dezelfde gedachte bezield. Het geluk was hem gunstig. De moeraskoning Amyrtaeüs wendde zich met de bede om hulp tot Athene, en het kostte Cimon niet veel moeite te bewerken, dat zijn verzoek ingewilligd werd. Eene vloot van 200 schepen werd uitgerust en onder bevel van Cimon gesteld, die daarmede koers zette naar het eiland Cyprus, dat intusschen opnieuw door de Perzen onderworpen was. Zestig schepen zond hij aan Amyrtaeüs, met het overige gedeelte zijner vloot belegerde hij de stad Citium op Cyprus. Tijdens de belegering werd hij ziek; spoedig voelde hij zijn einde naderen. Nog in zijne laatste oogenblikken dacht hij alleen aan zijn vaderland. Hij gaf bevel de belegering op te breken en de vijandelijke vloot op te zoeken; zijne vrienden moesten zijn dood geheim houden, opdat liet bericht daarvan geene verwarring zou veroorzaken. Spoedig daarop stierf hij. Zijne bevelen werden trouw opgevolgd. Op de hoogte van de stad Salamis op Cyprus ontmoetten de Atheensche en Phoenicische vloten elkaar. De Atheners behaalden eene schitterende zegepraal; ook te land wierpen zij de vijandelijke troepen terug; hierop wendden zij weer den steven naai' Attiea. om den treurenden Atheners het lijk van hun grooten veldheer te brengen. Cimon werd bij zijne voorvaderen begraven. Na zijn dood werd de strijd tegen de Perzen geslaakt; ook Amyrtaeüs ontving geene verdere ondersteuning. De Atheners poogden zelfs, door het zenden van een gezantschap naar Susa, van welks onderhandelingen wij intusschen weinig weten, een werkelijken vrede tot stand te brengen. Deze poging mislukte wel, daar Artaxerxes er niet toe besluiten kon de onafhankelijkheid der Ionische steden en eilanden te erkennen, maar feitelijk kwam het toch tot een vrede, want de Perzische troepen bleven voortaan ver van de geheele kust van Klein-Azië verwijderd.

In Griekenland zelf duurde het krijgsrumoer voort. Ditmaal gaven de Phocensers daartoe aanleiding, dewijl zij zich van de stad Delphi hadden meester gemaakt. Sparta, tot bescherming van het heiligdom opgeroepen, zond onmiddellijk een leger derwaarts, dat de Phocensers noodzaakte de gemaakte verovering op te geven, en aan Delphi de onafhankelijkheid terugschonk; dewijl er tusschen Sparta en Athene een wapenstilstand bestond, kon Athene den Phocensers geen bijstand verleenen, zoolang de Spartanen in Phocis onder de wapenen stonden. Eerst nadat dezen waren afgetrokken, kwamen de Atheners den Phocensers te hulp en herstelden zij hen in het oppergezag over Delphi. Opmerkelijk genoeg werd dit door niemand als een inbreuk op den wapenstilstand beschouwd.

In Boeötie heerschte intusschen groote spanning. De door Myronides aangestelde democratische regeeringen hadden geene wortels in den boezem van bet volk kunnen schieten; bet aristocratisch bestuur was in de Boeötiscbe steden niet zoo drukkend geweest, dat het de bevolking tot tegenstand en vijandschap zou hebben aangespoord. De staatsregeling, door de overwinnaars aan de steden opgedrongen, was derhalve in strijd met den volksgeest; de adellijke geslachten vonden een tal van aanhangers onder de ontevreden burgers. Er vormden zich zwervende krijgsbenden, die, door de verdreven edelen aangevoerd, in Boeötië vielen en wien het gelukte zich in enkele steden te nestelen.

TDlmides ontving in last, deze ongeregelde benden te verdrijven. In de meening, dat hij deze taak zonder eenige inspanning zou kunnen volbrengen, dewijl hij in de burgers der steden bondgenooten vinden zou, trok hij met

Sluiten