Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stoa poikile. Wijsgeeren te Athene.

541

ilut marmer goedkooper was dan goud en elpenbeen; doch hel rijke Atheensche volk verlangde juist op grond hiervan, dat goud en elpenbeen de grondstof van het standbeeld der beschermgodin van Athene zouden uitmaken.

Een tweede standbeeld der godin, insgelijks van de band van Phidias, stond op het hoogste punt van den burg; het was gegoten van het bij Marathon buitgemaakte metaal. De schitterende helm en speer der godin vielen van verre een ieder in het oog. Wanneer de schippers kaap Suniurn fde zuidelijkste punt van Attica) omvoeren, zagen zij van daar reeds de speerpunt op de acropolis blinken.

Aan den voet van den burg lag het odeon. een gebouw lot het houden van dichterlijke en muzikale wedstrijden bestemd. Tot aandenken van de Perzische oorlogen had men daaraan de gedaante gegeven, welke de buitgemaakte tent van koning Xerxes gedragen had. Uit masten en raas der veroverde Perzische schepen was het dak van bet odeon samengesteld.

Prachtige zuilengangen, wier open zijde naar de straten gekeerd was, versierden de stad Athene en boden den burgers de gelegenheid aan om. tegen zonnehitte of regen beschermd, heen en weer te wandelen. De beroemdste dier zuilengangen of stoa's was de stoa poikile. d. i. de beschilderde gang, met schilderstukken van groote waarde van den beroemden Polygnotus en andere meesters versierd. Deze schilderstukken riepen het volk tooneelen uit den Trojaanschen oorlog, uil het leven van Theseus en uit den slag bij Marathon in het geheugen.

Deze bewonderenswaardige bouwwerken, van welke wij hier slechts enkele der meest beroemde vermeld hebben, verschaften aau bouwmeesters, beeldhouwers, schilders, bearbeiders van metaal en van hout, aan kunstenaars en handwerkslieden van allerlei vakken eene onafgebroken en hoogst voordeelige werkzaamheid, want de rijkdom, waarin de staat zich baadde, stond hem toe aan deze gebouwen groote schatten ten koste te leggen. Van alle kanten stroomden de kunstenaars en handwerkslieden naar Athene, hier vonden zij een nieuw vaderland en eene eervolle bezigheid. Terwijl zij zich nauw aan elkander aansloten en in den edelslen wedijver hunne krachten oefenden, streefden zij onophoudelijk naar volmaking, en zoo ontwikkelde zich de kunst onder de bescherming van den kunstlievenden Pericles en den genialen Phidias lot een vroeger ongekenden trap van bloei.

Het geheele volk ondersteunde de werkzaamheid der kunstenaars door zijne levendige belangstelling. Het voelde zich daardoor veredeld en verhoogd. Kunstzin werd een gemeenschapgelijk eigendom van allen en deze trad weldra op het gebied van bet werkelijke leven in den arbeid der gewone handwerkslieden aan bet licht, wier voortbrengselen wij nog beden om hunne edele, even schoone als eenvoudige vormen bewonderen.

Gedurende het tijdperk van Pericles ging de beoefening der kunst met die der wetenschap te Athene hand aan hand. Pericles, de talentvolle aanhanger der nieuwe wijsgeerige stelsels, oefende op de geleerde onderzoekers eene sterke aantrekkingskracht uit, zij begaven zich naar Athene, waar zij mei geestdrift ontvangen werden. Herodotus, de vader der historie, bezocht insgelijks de hoofdstad van Attica en hield daar in bet jaar 446 eene openbare voorlezing uit zijne werken. Het dankbare volk schonk hem eene belooning van tien talenten.

Den sterksten aandrang om zich naar Athene te begeven, gevoelden natuurlijk de wijsgeeren. in wier wetenschappeljjken arbeid Pericles persoonlijk het hoogste belang stelde. Hij zelf onthield zich intusschen van het uitsluitend aanhangen van een stelsel; op dezelfde vriendschappelijke wijze ging hij met de aanhangers en predikers der verschillende wijsgeerige stelsels om. Anaxagoras, Xenon, Damon, Protagoras, en anderen kwamen tot hem en werden door hem met de meeste voorkomendheid ontvangen. Athene werd bet middelpunt der Grieksche wijsbegeerte; hier ontmoetten de wijsgeeren van de meest verschillende

Sluiten