is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

558 Zijne benoeming als veldheer ingetrokken. Zijne huiselijke rampen.

gelukte liet hem door den machtigen indruk zijner taal den gezonken moed der burgerij op te heuren. Men besloot, alle vredesonderhandelingen af te breken en den oorlog voort te zetten. Pericles ontving het opperbevel. Doch. al had bij ook voor ditmaal gezegevierd, toch rustten zijne vijanden niet; in stilte werkten zij voort en hunne pogingen werden begunstigd door bel voortwoeden van de pest en door de weinig beleekenende uitkomsten, welke de Atheerische wapenen in den eerstvolgenden tijd verkregen.

De naar Potidaea gezonden vloot keerde terug; zij bad zware verliezen geleden, niet door den oorlog, maar door de ziekte; ook onder de belegeringstroepen en onder de bemanning der vloot had de pest gewoed en meer dan duizend strijders weggerukt.

Het ambtsjaar van Pericles liep ten einde; bij diende zijne rekening en verantwoording in en van deze gelegenheid maakten zijne tegenstanders, voornamelijk de toongevers der radicaalste democraten, Cleon, Simmias en Lacratidas, gebruik om hem van nalatigheid in het beheer der gelden van den staal te beschuldigen. Het kan zeer goed zijn, dat deze aanklacht niet geheel ongegrond was, want ten gevolge van Pericles' drukke bezigheden kon bij lichtelijk eene vergissing begaan. Boven eene daad van lage eigenbaat evenwel was de groote man verre verbeven; niemand waagde hel dan ook, hierop zelfs in de verte te zinspelen.

De bewijsstukken der rekening werden niet in orde bevonden; de rechtbank der gezworenen sprak het schuldig over Pericles uit, zijne benoeming lot veldheer werd ingetrokken, en eene zware geldboete hem opgelegd.

Voor het eerst sinds vele jaren was Pericles, van alle openbare ambten uitgesloten, weer een eenvoudig burger. Moest het in bet oog van den staatsman die zoovele jaren achtereen gewoon was te regeeren, reeds eene zware ramp zijn, thans door het volk met ondank beloond te worden, nog zwaarder ramp trof hem in zijne familie. De meesten van hen, die hij liefhad, werden door de pest aangetast; zijne vrienden en trouwe medestanders werden door die vreeselijke ziekte weggerukt. Zijn oudste zoon. aan wien hij geene vreugde beleefd had. maar dien bij toch liefhad, stierf voordat hij zich met hem bad kunnen verzoenen. Zijne zuster werd door de pest weggemaaid, steeds eenzamer werd zijn buis. steeds zwaarder verliezen leed bij in zijne familie.

Tot dusver bad bij het hoofd omhoog gehouden en te midden van al die jammeren zijne zelfbeheersching bewaard. Doch toen hij nu ook aan het sterfbed van zijn jongsten zoon stond, toen bij ook dezen den lijkkrans op bet hoofd moest leggen, toen zonk hij in elkander; onder het storten van heete tranen weeklaagde hij luid over het ongeluk dat zijn huis getroffen had.

Terwijl Pericles in de diepste droefheid over zijne verliezen zijne dagen doorbracht, waren de staatslieden en veldheeren, die zijne plaats hadden ingenomen, niet in staat het roer van staat met krachtige hand te besturen. Het gelukte hun evenmin overwinningen te behalen als een vredesverdrag te sluiten. Eene daad van ruw geweld, door de Atheners gepleegd, verijdelde zelfs alle hoop op vrede voor onbepaalden tijd.

Gedreven door den wensch om hunne macht door het winnen van nieuwe bondgenooten te versterken, hadden de Peloponnesiërs besloten, een gezantschap uit te zenden, met den last den Perzischen koning tot krachtige deelneming aan den oorlog legen Athene te bewegen. Aristeus, de zoon van Adimantus, stond aan bet hoofd van dit gezantschap, dat buiten hem uit drie aanzienlijke Spartanen en twee Tegeaten bestond. Onderweg moest Aristeus pogen den Thracischen koning Sitalces van het verbond met de Atheners af te trekken en hem lot de zijde van Sparta over te halen. Maar Sitalces bleef aan zijn eens gegeven woord getrouw. Zelfs wisten de Atheners te bewerken, dat het gezantschap, toen het den Hellespont wilde oversteken, gegrepen en hun uitgeleverd werd.

Toen de gevangenen in Atlica's hoofdstad aankwamen, regeerde daar

h