Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

560

Pericles dood. Athene na zijn dood.

ming verzonken, den dood nabij; thans barstten zijne vrienden in klachten los, zij roemden zijne schitterende daden, geen hunner wist genoeg lot zijn loi te verhalen.

Eensklaps richtte de stervende zich nog eenmaal op: hij,had de woorden zijner vrienden verstaan, diep bewogen liep hij hun toe: »Éen ding hebt gij verzwegen, namelijk, dat om mijnentwil geen Athener ooit het rouwkleed aangetrokken heeft." Dit was zijn hoogste trots! Met de bewustheid, dat hij nooit het recht verkracht, nooit zich op zijne vijanden gewroken had, stierf Pericles in den herfst van liet jaar tót).

VIER EN V IJ F T I G S T E HOOFDSTUK.

Athene ua den dood van Pericles. Nicias: zijn karakter. De volksman Cleon. Cleon door latere geschiedschrijvers in zijne eer hersteld. De strijd der partijen te Athene. Afval van het eiland Lesbos. Jjesbos onderworpen. Wreede strafoefening. Belegering en val van Plataeiie. Woordbreuk der Spartanen. De verdedigers van Plataeiie ter dood gebracht.

De dood van Pericles was noodlottig voor Athene. Voor het uitstekend talent van den grooten staatsman hadden alle partijen, al was het dan ook niet zonder tegenstreven, hel hoofd gebogen. Iu een tijd, waarin de staat tegenover de van buiten dreigende gevaren zulk eene dringende behoede had aan een eenhoofdig bestuur, was in deze behoefte der Alheners voorzien, omdat aan het hoofd van hel gemeenebest een man stond, wiens reuzengeest alle overige partijhoofden in de schaduw stelde, die bij het volk zulk een onbepaald vertrouwen bezat, dat de wispelturige menigte altijd weer tot hem wederkeerde, wanneer zij hem voor korten tijd verlaten had. Ook de latere geschiedschrijvers, die ongunstig jegens de democratie gestemd waren, hebben het hoog gewicht van Pericles' regeering voor de geschiedenis van Athene niet kunnen ontveinzen; maar aan deze huldiging van Pericles'verdiensten knoopten zij 'te gelijker tijd een vonnis der veroordeeling over de door Pericles in 't leven geroepen hervormingsmaatregelen vast; zij beweerden namelijk, dat de democratische staat slechts zoolang in stand blijven en bloeien kon, als Pericles, zijn uitstekend hoofd, in leven bleef, dat de democratische republiek in regeeringtoosheid ontaarden en dus eindelijk ondergaan moest, zoodra zij beroofd was van den eenigen man, die de kunst verstond haar te besturen. In tegenstelling hiermede werd de vastheid eener monarchale staatsinstelling door hen tot de wolken verheven.

Reeds vroeger hebben wij getracht aan te toonen, dat door hel onderdrukken van de bondgenooten de democratische staatsregeling te Athene van haar stevigsten grondslag beroofd, ja dal zij feitelijk in eene aristocratie herschapen was, naardien elk Atheensch burger reeds door zijne geboorte onschatbare voorrechten ontving boven de duizenden inwoners der overheerschte Ionische sleden en eilanden, en dat de burgers van Athene bijna even scherp tegenover hen stonden, als de Spartaansche edelen tegenover de heloten en perioeken van Laconië en Messenië. Is door deze opmerking elk verwijt, gericht tegen de democratische staatsregeling, die metierdaad niet meer bestond, reeds wederlegd, toch is de vraag niet onbelangrijk, of het lot van Athene eene andere wending zou genomen hebben, wanneer daar in plaats van de republiek eene monarchie had bestaan, wanneer de plaats van den

Sluiten