Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

568 Het vonnis over Lesbos herroepen. Verdediging van Plataeae.

worden. Nog eens hield hij den Atheners voor oogen, dat de Mityleners zonder de minste aanleiding een oproer begonnen hadden, hetwelk, indien hunne poging gelukt was, Athene's ondergang zou hebben teweeggebracht. Zijn woord maakte zulk een indruk, dat het volksbesluil van den vorigen dag ongetwijfeld bekrachtigd zou zijn geworden, indien niet een andere redenaar, Diodotus. met even overtuigende welsprekendheid het woord had gevoerd en indien zijne woorden geen steun hadden gevonden in het natuurlijk gevoel van menschelijkheid, hetwelk in den boezem der Atheensche burgers nog niet geheel was uitgedoofd.

Diodotus toonde aan, dat overmatige gestrengheid, in plaats van nieuwe pogingen lot afval van de zijde der bondgenooten te voorkomen, juist eene tegenovergestelde uitwerking hebben zou; want zij, die op geene genade hadden te rekenen, zouden des te wanhopiger strijden en aan geene onderwerping meer denken. Toen het tot eene stemming zou komen, verkeerde de vergadeiing in een toestand van koortsachtige opgewondenheid. De handen werden opgestoken .... Cleon was geslagen, zij het dan ook door eene geringe meerderheid, die zich voor Diodotus verklaard had.

Thans kwam het er op aan, het rampzalig besluit van den vorigen dag buiten werking te stellen. Het schip, dat liet bloedbevel aan Paclies moest overbrengen, was reeds sinds vier en twintig uren in zee. Met rusteloozen ijver spanden de vrienden der menschelijkheid en vooral de gezanten van Mitylene hunne krachten in, 0111 zoo spoedig mogelijk een tweede schip naar Lesbos af te zenden. De gezanten loofden aanzienlijke belooningen uit, wanneer het de bemanning gelukte, het eerste schip in te halen. E11 het gehikte. Dag en nacht roeiden de matrozen onvermoeid door; onder hun werk versterkten zij zich door liet gebruik van brood, dat in wijn en olie gedoopt was en hierdoor bespoedigden zij hunne vaart zoozeer, dat zij voor Lesbos aankwamen, toen het bloedbevel juist aan Paches overgebracht, maar nog niet uitgevoerd was.

De straf der opstandelingen was toch nog zwaar genoeg. Allen, die als hoofden van den opstand naar Athene gebracht waren — bijna de geheele adel van Lesbos, meer dan 1000 mannen in getal — moesten al de gestrengheid der wet ondervinden en werden te Athene ter dood gebracht. De landerijen van alle op het eiland gelegen steden, met uitzondering van het trouwgebleven Methymna, werden verbeurd verklaard en onder Attische burgers verdeeld.

Zoo was Mitylene gevallen door de besluiteloosheid der Spartanen, die niet te rechter tijd ter hulp waren gekomen. Dezen bleef echter één troost over. liet uitzicht op de spoedige verovering van de met de Atheners zoo innig bevriende stad Plataeae.

Sedert den zomer van 429 was Plataeae nauw ingesloten. De dappere <111 geis, vast besloten zich hardnekkig te verdedigen, hadden de grijsaards en kinderen met het meerendeel hunner vrouwen naar Athene gezonden. Slechts zooveel vrouwen waren achtergebleven, als noodzakelijk was om voor de verdedigers der stad de noodige levensmiddelen te bereiden. De bezetting bestond uit 400 burgers en 80 Atheners, die hun ter hulp waren gesneld.

Tevergeefs wendde Archidamus alle middelen aan, welke de toenmalige gebrekkige belegeringskunst opleverde, om de stad tot de overgave te dwingen. Eindelijk bleef hem niets over dan een dubbelen muur rondom de geheele stad op te trekken, opdat de belegerden, van alle gemeenschap met de buitenwereld afgesneden, eindelijk door den honger overmand zouden worden. Twee grachten, de eene tusschen den muur en de stad, en de andere aan de buitenzijde, beschermden de Spartaansche legerplaats; tusschen de beide muren liep een bedekte weg ter breedte van zestien voet.

^ eder hadden de Plataeërs, van alle verkeer met de buitenwereld afgesloten, gedurende een vol jaar moedig standgehouden, doch nu begonnen de levensmiddelen schaarsch te worden. Een deel der bezetting besloot een

Sluiten