Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o76 Cleon wordt bij Amphipolis geslagen. De vrede van Nicias.

Tegenover Cleon stonden de aristocraten, die hoopten in vredestijd de democratische partij ten val te kunnen brengen en den adel opnieuw in het bezit der heerschappij te stellen. Zij werden ondersteund door Aristophanes, die liet snijdende wapen van zijn spot aanwendde om den invloed van Cleon te fnuiken. Maar liet Atheensche volk stond zijn leider trouw ter zijde; Nicias en zijne vrienden werden overstemd; er werd tot het voortzetten van den oorlog besloten.

Slaagde Cleon er thans in. den Spartanen een beslissenden slag toe te brengen, waardoor de overwinning voor goed aan de zijde der Atheners kwam, dan zouden zijn invloed en aanzien natuurlijk nog hooger stijgen. Zijne laaghartige en verraderlijke vijanden waren er daarom op uit de krijgstoerustingen zoo te leiden, dat de nederlaag der Atheners genoegzaam onvermijdelijk was. Op hun raad werd Cleon weer tot opperbevelhebber benoemd; in weerwil van den gelukkigen uitslag zijner onderneming tegen Sphacteria geloofden zij niet aan zijne bekwaamheid als veldheer. Om hem de zegepraal onmogelijk te maken, zorgden zij er voor, dat zijne heftigste en hartstochtelijkste tegenstanders tot zijne onderbevelhebbers gekozen werden. Slechts '200 hopliten en 300 ruiters werden aan zijne aanvoering toevertrouwd; met deze handvol volks moest hij den strijd tegen Brasidas aanvaarden.

Met een onwillig, wantrouwend leger, met onderbevelhebbers, die het er op toelegden hem overal tegen te werken, moest Cleon den stoutmoedigsten, gelukkigsten en bekwaamsten Spartaanschen veldheer bestrijden, die door allen, die onder zijne bevelen stonden, bewonderd en bemind werd.

In Maart 422 begon de oorlog opnieuw, aanvankelijk naar het scheen met gelukkigen uitslag voor de Atheners, want het gelukte Cleon eenige Tliracische steden te heroveren. Cleon gevoelde zeer goed. dat bij tegen Brasidas niet was opgewassen; met juisten tact ontweek hij een veldslag tegen den gevreesden veldheer, die niet anders dan noodlottig alloopen kon. Doch eindelijk werd bij biertoe gedwongen; zijne verraderlijke onderbevelhebbers drongen onstuimig op het leveren van een gevecht aan. Cleon had zijn gezag over bet leger verloren en zag zich genoodzaakt om, tegen zijne betere overtuiging aan, de eischen van zijne onderbevelhebbers in te willigen.

In den herfst van 422 ontmoetten de vijandelijke legers elkaar bij Amphipolis. Cleon werd geslagen en op de vlucht gedood. Maar ook de overwinnaar overleefde zijne zegepraal niet lang; terstond na den slag stierf Brasidas aan de zware wonden, die hij in het gevecht ontvangen had.

Brasidas was bet hoofd der Spartaansche, Cleon de aanvoerder der Atheensche oorlogspartij geweest. De dood dezer beide mannen baande voor Plistoanax te Sparta en voor Nicias te Athene den weg om eindelijk tot een vredesverdrag te geraken. In Maart 421 kwam na een tienjarigen oorlog de zoogenaamde vrede van Nicias tot stand. Slechts met moeite had Sparta voor dit besluit de meerderheid der stemmen van zijne bondgenooten verkregen. Thebe en Corinthe weigerden, ook nadat de vrede gesloten was, tot het verdrag toe te treden. Sparta sloot derhalve nog in hetzelfde jaar met Athene een aanvallend en verdedigend verbond voor den tijd van vijftig jaren, waarbij de beide staten zich verbonden om elkaar wederkeerig bij eiken vijandelijken aanval bij te staan. Ook de duur van den vrede werd bij dit verdrag op vijftig jaar bepaald en beide partijen werden daarbij hersteld in het bezit van alles wat voor het uitbreken van den oorlog in hare macht was geweest. Athene behield onverkort de heerschappij ter zee, de machtige stad bleef de meesteres van de Ionische steden en eilanden. Sparta had na tien jaren van hevigen strijd niets gewonnen.

Sluiten