Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

618 Dood van Theramenes. Verandering der openbare meenin<*.

»Zwijg.' beet Satyrus hem toe, »of gij zult er voor boeten."

»En wanneer ik nu werkelijk zwijg," hernam Theramenes, »moet ik daarvoor dan ook niet boeten?"

Nauwelijks was de veroordeelde in de gevangenis aangekomen, of Satyrus reikte hem den dollekervel-drank toe. Theramenes weigerde niet langer, dien te nemen; hij zou zich in dat geval slechts aan zware mishandelingen hebben blootgesteld.

Nadat hij den beker geledigd had, sprenkelde hij den laatsten droppel op den grond. Bij vroolijke gastmalen placht men dit te doen en dan den beker aan den volgenden gast over te reiken. »Dit voor den zachtmoedigen Critias," riep Theramenes; hij hoopte, dat deze hem in den dood zou volgen.

Zoo stierf Theramenes. De luchthartige moed, dien hij in het aangezicht van den dood openbaarde, heeft hem de bewondering der Grieken verworven; geheel onverdiend is hij door vele geschiedschrijvers als een martelaar der vrijheid voorgesteld; in waarheid oogstte hij slechts de vruchten van het door hem gestrooide zaad.

Na zijn dood voerden de dertig mannen hun bloedbewind nog onbeschaamder dan te voren. Niemand, die landerijen of andere goederen bezat, was te Athene langer zijn leven zeker. Velen, die hun leven bedreigd achtten, zochten hun heil in de vlucht. Op aanstoken van Lysander was wel door de Spartaansche regeering het bevel uitgevaardigd, dat alle vluchtelingen uil Athene weder aan de dertig mannen moesten uitgeleverd worden, maar niet alle staten van Griekenland voerden dien maalregel uit; vele vluchtelingen werden te Argos, Tliebe en elders gastvrij opgenomen.

In de weinige maanden, die sinds de vestiging van het bewind der dertig mannen verloopen waren, had er door geheel Griekenland een zonderlinge ommekeer in de openbare meening plaals gegrepen. Met de vernietiging van Athenes macht was ook de haal tegen deze stad verdwenen; terwijl daarentegen de naijver van Thebe, Corinthe, Megara en Argos ten aanzien van Sparta ontwaakte.

De heerschziichlige Lysander had de zegepraal der Spartaansche wapenen misbruikt om overal drukkende oligarchieën in te stellen en daardoor zijne eigen macht te versterken, want de door hem aangestelde regeeringen bleven hem naar de oogen zien. De onder het juk gebrachte steden voelden weldra, dat de heerschappij van Sparta veel drukkender was dan die van Athene ooit was geweest. Thebe en Corinthe, Argos en Megara wierpen een blik vol bekommering naar de schier alvermogende stad; zij vreesden door haar geheel onderdrukt en van hare onafhankelijkheid beroofd te zullen worden, en natuurlijk voelden zij zich opnieuw tot het machtelooze Athene aangetrokken; gaarne namen zij de Atheensche vluchtelingen op, dewijl zij hen als vijanden der Spartanen beschouwden.

Ook te Sparta zelf was veel veranderd. De reeks van schitterende overwinningen, door Lysander behaald, hadden hem eene macht verschaft, welke die der koningen verre overtrof. Mei roem gekroond was hij in zijn vaderland teruggekeerd. Hij had een rijken buit, groote schatten in klinkende inunt meegebracht. Hiervan wilde hij een staatsschat vormen. Dit was inlijnrechten strijd met de beginselen, die men tot heden altijd te Sparta ge, volgd had. De oude, aan de wet van Lycurgus gehechte Spartanen vreesden dat de geest van hebzucht en omkoopbaarheid in den staat zou binnensluipen; maar hunne pogingen om zich tegen Lysander te verzetten waren vruchteloos. Sparta, beweerde deze, moet over een aanzienlijken schat beschikken, wanneer het zich in de heerschappij ter zee handhaven wil. Zijn liaan kraaide koning: er werd een staatsschat gevormd.

Door deze zegepraal was niet alleen Lysanders invloed, maar ook zijn overmoed nog toegenomen. Hij gedroeg zich trotsch, hardvochtig en eigendunkelijk tegenover de aanzienlijkste burgers en wekte hierdoor natuurlijk

Sluiten