Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

634 Twisten over de troonsopvolging in Macedonië. Archelaüs.

breiden handel lot een hoogen trap van macht en rijkdom verheven; de stad hield een wel uitgerust leger van 10,000 man onder de wapenen, en had met de Grieksche steden van Chalcidice een verbond gesloten, dat niet, gelijk het voormalige Atheensche en het tegenwoordige Spartaansche bondgenootschap, op de onderdrukking en overheersching van de bondgenooten, maar op hunne vrije deelneming berustte. Olynthus wilde niet eene overheerschende stad, maar het hoolil van het bondgenootschap zijn; de met haar verbonden sleden zouden gemeenschappelijke wetten en een bij alle bondgenooten geldig burgerrecht, doch daarbij volle vrijheid bezitten.

Een bondgenootschap tusschen de Chalcidische steden, gelijk Olynthus dat bedoelde, kon van groot gewicht worden, daar het Griekenland tegen zijne noordelijke naburen, de Macedoniërs, beschermde, al scheen dit voor het oogenblik eene zaak van minder belang, want de Macedonische vorsten hadden te veel met hunne eigene zaken te doen om zich vijandige stappen tegen Griekenland te veroorloven.

Sinds den dood van koning Perdiccas had in Macedonië een bloedige strijd om de troonsopvolging gewoed. Perdiccas was omstreeks het jaar 413 v. C. gestorven, zijn eenige wettige zoon was een kind van zeven jaren; intussehen liet liij ook een natuurlijken zoon na, Archelaüs genaamd, een eerzuchtig en gewetenloos man van rijperen leeftijd, die evenals Alcetas, de broeder van Perdiccas, wien deze eens de kroon ontroofd had, naar de heerschappij streefde.

Archelaüs noodigde Alcetas en diens zoon op een gastmaal. Hij liet hem verzekeren, dat hij hem weer op den troon wilde plaatsen. Nadat zijne beide gasten zich door den wijn bedwelmd hadden, doodde hij hen, vervolgens ontdeed hij zich ook van zijn wettigen broeder, den erfgenaam der kroon, door hem in een put te laten werpen, en maakte zich zoo door middel van een driedubbelen moord van den troon meester. Zijne regeering bewees, hoe gevaarlijk Macedonië voor de Grieksche staten worden kon. Met kloeke vastberadenheid voerde hij de teugels van het bewind; hij verzamelde een groot leger, legde versterkte plaatsen in Macedonië aan en zette aan zijne regeering een luister bij, zoo als nog geen Macedonisch vorst ooit had ten toon gespreid. Ook verstond hij de kunst om het ruwe volk naar den geest te beschaven, door Grieksche dichters en wijsgeeren aan zijn hof te roepen.

Indien Archelaüs langer geregeerd had, zou hij ongetwijfeld gevaarlijk voor de Grieken zijn geworden, doch reeds in het jaar 399 werd hij vermoord en zijn zoon, die hem in het bewind opvolgde, onderging reeds na vier jaren hetzelfde lot. Ook de volgende regenten konden zich slechts gedurende een korten tijd staande houden, totdat eindelijk Amyntas, de vader van den later zoo beroemd geworden Philippus van Macedonië, zich door een moord den weg tot den troon wist te banen. Amyntas regeerde 24 jaren, van 393—369 v. C.; ook hij had evenwel met voortdurende bezwaren te kampen en was niet in staat het leger opnieuw op zulk een sterken voet in te richten als Archelaüs gedaan had.

De macht van het Macedonische rijk scheen ten gevolge van deze twisten om den troon te tanen; zelfs hadden vele Macedonische steden zich aan Olynthus aangesloten. Doch Macedonië behoefde slechts een krachtig regent, om voor het naburige Griekenland gevaarlijk te worden, en hierom was het ongetwijfeld eene hoogst belangrijke zaak, dat zich op Chalcidice onder aanvoering van Olynthus een stedenbond vormde, die eenmaal een steun der Grieksche vrijheid tegenover de noordelijke macht worden kon.

Uit dit oogpunt beschouwden de Spartanen het streven der Olynthiërs niet. In hunne baatzuchtige staatkunde waanden zij, dat hunne eigen macht door het statenverbond op Chalcidice bedreigd werd, en toen twee Chalcidische steden. Acanthus en Apollonia, die zich niet aan hel bondgenootschap wilden aansluiten, de hulp der Spartanen inriepen, betoonden dé laatsten zich onverwijld tot het verleenen van ondersteuning bereid. In het jaar 382 zonden zij

Sluiten