Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

646 Epaminondas te Thebe aangeklaagd.

het mogelijk zijn geweest, hen uil hunne stelling te verdrijven. Misschien vonden zij, indien het tot een gevecht kwam, ook bondgenooten onder de burgers, want niemand wist, hoever de verlakkingen der samenzwering zich uitstrekten. De trouw gebleven hopliten wilden de oproerlingen met het zwaard in de vuist aantasten , maar Agesilaüs belette dit. In persoon ging hij alleen naar de opstandelingen toe en sprak met hen, alsof hij niet de minste verdenking jegens hen koesterde.

«Gij hebt mijn bevel misverstaan," sprak hij. »hier heeft men uwe diensten niet noodig, maar wel in een ander gedeelte der stad. Derwaarts beval hij hun te gaan. De burgers, door deze handelwijze verrast en in verwarring gebracht, waagden het niet, zich tegen dit bevel te verzetten, en verlieten hunne sterke stelling, die onverwijld door getrouwe troepen ingenomen werd. Den volgenden nacht werden vijftien hunner aanvoerders gegrepen en op staanden voet ter dood gebracht. , • ■

Nog eene andere samenzwering werd ontdekt; men maakte zich van de leiders meester in een afgelegen huis, waarin zij bijeen waren gekomen. Ook dezen werden zonder gerechtelijk onderzoek van kant geholpen. Plularchus verhaalt dat dit de eerste gelegenheid is geweest, waarbij een Spartaansch burger zonder voorafgaand onderzoek ter dood is gebracht. Met de Perioeken en heloten namen de ephoren — zooals onze lezers weten — het niet zóó nauw.

Het gevaar, waarin Sparta verkeerde, week eindelijk. Epaminondas ondernam geen ernstigen aanval op de stad. bij bepaalde zich slechts tot het verwoesten van Laconië, dal hij in verschillende richtingen doorkruiste. Vervolgens rukte hij Messenië binnen en hier verwierf hij zich de onsterfelijke verdienste, aan een volk, dat sinds drie eeuwen in slaverij gezucht had, de vrijheid weer te geven.

Eene nieuwe stad, Messene, verrees en werd door eene I hebaanscne bezetting tegen de aanvallen der Spartanen beschermd. Naar alle oorden werden boden afgezonden, ten einde de afstammelingen der oude Messeniërs uit te noodigen naar hun vaderland terug te keeren. , ,

Door dien stouten tocht naar den Peloponnesus hadden de Thebanen zich ook in het zuiden van Griekenland tot den voornaamsten heerschenden staat gemaakt; na zooveel voordeelen behaald te hebben, keerden zij naar Boeötie terug. In den omtrek van Corinthe wachtte een Atheensch leger, onder aanvoering van Iphicrates, hen op, om hun den terugtocht af te snijden. In hun uitersten nood hadden de Spartanen gezanten naar Athene afgezonden en dringend om hulp gesmeekt. Wel stond de volksvergadering aanvankelijk in twijfel, of zij de gevraagde hulp verleenen zou, wanneer zij zich alle beleedi"in^en herinnerde, die Athene van Sparta had moeten ondervinden en daarbij bedacht, dat men thans voor dat alles wraak nemen kon. Doch men beschouwde het niet slechts als edeler, maar ook als raadzamer, het veiledene te vergeten, want de onophoudelijk aangroeiende macht van Thebe scheen thans veel gevaarlijker dan de mededinging van Sparta. Iphicrates ontving dienvolgens bevel om aan het hoofd van een leger naar den Isthmus op te trekken. Hij gehoorzaamde, doch was niet bij machte de Thebanen op hun

terugtocht tegen te houden. .

Epaminondas keerde als overwinnaar naar Thebe terug, om zich daar tegen eene aanklacht te verdedigen. De wet bepaalde, dal de veldheel en hun ambt slechts een jaar mochten bekleeden; ieder, die tegen deze bepaling zondigde, moest met den dood worden gestraft. Deze straf had Epaminondas, Pelopidas en de overige veldheeren moeten trefïen, want allen hadden hun ambt vier maanden over het jaar bekleed, ten einde Messenië van de Spaitaansche heerschappij te bevrijden. ..

Met kloeke openhartigheid trad Epaminondas voor zijne rechters, tiij verklaarde, dat hij zelf, in het belang van den staat, de overige veldheel en tot deze wetschennis had aangespoord; hij erkende, dat hij volgens de letter der wet de doodstraf ondergaan moest, doch hij stelde hier tegenover niet

Sluiten