Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

658 Philippus van Macedonië en zijne tegenstanders.

schiereiland een aantal kleine staten aan. die elkaar wederkeerig vijandig gezind zijn en meer dan eens met elkander bloedige oorlogen voeren. Messenië was weer een onafhankelijke staat geworden. Arcadië had in Megalopolis in zekeren zin eene hoofdstad gekregen en ook de overige Peloponnesische staten erkenden de opperheerschappij van Sparta niet langer.

Gedurende korten tijd hadden de Thebanen de hegemonie over Griekenland gevoerd, maar slechts voor een korten tijd, zoolang Epaminondas en Pelopidas leefden, de beide helden, die elkanders talenten en karaktertrekken op zeldzame wijze aanvulden. Met den dood van Epaminondas waren de dagen van macht en roem voor Thebe voorbij; het aanzien der Boeötische hoofdstad daalde even spoedig als het vroeger gestegen was. Ook de poging der Atheners, om zich weer van de heerschappij ter zee meester te maken, was — gelijk wij zagen — ten gevolge van den oorlog der bondgenooten mislukt.

Ten tijde van den derden heiligen oorlog bestond er in Griekenland geen enkele staat meer. die gerechtigd of in staat zou zijn geweest bij een aanval van een buitenlandschen vijand zich aan het hoofd van het gemeenschappelijke vaderland te plaatsen. Elk gewest stond op zich zeil. hoogstens voor het oogenblik met den eenen of anderen staal vereenigd door een toevallig verbond, dat een oogwenk later door de ijverzucht van den een, of de aangroeiende macht van den ander verbroken kon worden. En juist op dit Tijdstip riepen de Grieken hun gevaarlijksten vijand op om met zijne machtige hand in de lotgevallen van hun vaderland in te grijpen.

Philippus van Macedonië had in het jaar 3GO of 359 v. C. den troon bestegen. Hij was de opvolger van zijn broeder Perdiccas III. Deze had de voogdij van Ptolemaeüs Aiorites slechts korten tijd verdragen en reeds omstreeks 360 of 365 door het vermoorden van zijn voogd daaraan een eind gemaakt. Ilij regeerde slechts enkele jaren en werd toen óf in een gevecht met de Illyriërs gedood, óf, gelijk andere berichten verhalen, op aanstoken van zijne eigene moeder Eurydice omgebracht. Hij moest opgevolgd worden door zijn zoon Amyntas, een nog jeugdig knaapje; in plaats van dezen aanvaardde Philippus if de regeering, aanvankelijk slechts als voogd van den knaap.

Philippus was nog een jong man van drie en twintig jaren; ook hem kenden noch de Macedoniërs, noch de naburige volken de bekwaamheid toe om in dien onstuimig bewogen tijd de teugels van het bewind te voeren. Alle vijanden van Macedonië vereenigden zich, om partij te trekken van den oogenblikkelijken nood, waarin het land verkeerde.

In Illyrië had een dapper man. Bardylis, een voormalige kolenbrander, zich tot veldheer verheven. Hij leidde de" Illyriërs tot schitterende overwinningen en was er onder de regeering der vroegere koningen in geslaagd een groot deel van westelijk Macedonië te bezetten. Na den dood van Perdiccas drong hij nog verder door; de eene stad na de andere viel in zijne handen.

De ruwe Paeöniërs, die ten noorden van Macedonië woonden, vielen roovend en brandend in het land en verwoestten de aangrenzende gewesten. Eene gansche reeks van mededingers stond daarenboven op, om den knaap den troon te betwisten. Onder hen bevond zich ook Argaeüs, een kleinzoon van Archelaüs, wien de Atheners een leger ter hulp zonden, dewijl zij hoopten, op die wijze de stad Amphipolis, aan den Strymonischen zeeboezem, welks bezit zij vurig begeerden en die nog door de Macedoniërs bezet was, te kunnen heroveren. Ook de verjaagde Pausanias vond ondersteuning bij de Thraciërs en buitendien traden nog drie halfbroeders van Philippus als mededingers van den jongen Amyntas op.

In zulk een tijd kon een kind niet regeeren. Toen Philippus met bewonderenswaardig beleid, met eene onvergelijkelijke geestkracht het bewind voor zijn neef voerde, en de ééne overwinning na de andere behaalde, eischten de Macedoniërs, dat hij zelf den troon zou beklimmen; niet de knaap, hij moest hun koning zijn.

Sluiten