is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Demosthenes' jeugd en opvoeding.

667

staat geschikt maakte. Doch lichaamsoefeningen gingen hiermede hij Demosthenes niet hand aan hand, want de knaap was van kindsbeen af ziekelijk en zwak; zelf voelde hij niet de minste neiging voor de oefeningen in het worstelperk en ook zijne bezorgde moeder hield hem daarvan terug. Uit dien hoofde gaven zijne oudere makkers hem den bijnaam »de weekeling" (BalalosJ, die hem ook in zijn volgend leven bijbleef.

Hoe minder Demosthenes zich met lichaamsoefeningen inliet, des te ernstiger legde hij zich op de studie toe. Reeds als knaap betoonde hij eene buitengewone neiging voor oefeningen in de uiterlijke welsprekendheid. Eens had hij een uitstekend redenaar gehoord; de geestdrift, waarmede het volk de woorden van dien spreker toejuichte, had den knaap letterlijk bedwelmd. Zijn hoogste wensch was, zulk een redenaar te worden, en toen hij tot jaren van onderscheid kwam, gevoelde hij levendiger dan ooit, hoe noodzakelijk het voor eiken Athener was, zich in de welsprekendheid te oefenen. Hij moest tegen zijne oneerlijke voogden een proces voeren en daarbij in persoon zijn goed recht verdedigen. Bij deze gelegenheid deed de noodzakelijkheid om een groot redenaar te worden zich sterker dan ooit bij hem gevoelen.

Met stalen vlijt legde hij zich van nu af op de rhetorische studiën toe; de meestberoemde wijsgeeren en redenaars van Athene, een Plato. Isocrates en Isaeüs, waren zijne leermeesters; men verhaalt dat hij, ten einde zijn stijl te verbeteren, de voortreffelijke geschiedenis van Thucydides achtmaal overschreef; zelfs verhalen sommigen, dat hij die van buiten heeft geleerd, zoodat hij die uit zijn geheugen weer kon opschrijven, toen eens door een ongelukkig toeval zijn handschiit verloren was gegaan.

Demosthenes had, om een groot redenaar te worden, grootere moeielijkheden te overwinnen dan iemand anders. Hem ontbrak niet alleen de volle, welluidende stem, waardoor de Atheensche redenaar Aeschines zich onderscheidde, maar hij miste tevens de gave om, evenals Oemades, vloeiend voor de vuist te spreken; slechts dan was hij in staat zijne gedachten weer te geven, wanneer bij zich op het zorgvuldigst had \oorbereid. Ook zijn orgaan was slecht; hij sprak lispelend en onduidelijk; ook zegt men, dat de uitspraak van de r hem moeilijk viel. Hij was kortademig; ten gevolge van zijn zwakkelijk lichaam maakte zijne uitwendige gedaante niet den minsten indruk, terwijl hem daarenboven de voor de Atheensche redenaars zoo onontbeerlijke bevalligheid in de gesticulatie ontbrak. In de volksvergadering voelde bij zich beschroomd en verlegen.

Al deze gebreken overwon Demosthenes met eene zelfbeheersching, een ijver en eene geestkracht, waarvan wellicht nooit de weerga is aanschouwd. Ten einde eene betere uitspraak te krijgen, nam hij keisteentjes in den mond terwijl hij sprak, om zóó zijn onhandelbare tong bewegelijker te maken. Bij stormachtig weer ging hij naar de zeekust, waar hij trachtte zich boven het geraas van wind en golven uit te doen hooren. Wanneer hij een berg beklom hield hij redevoeringen, om aan zijne longen meer kracht bij te zetten. Zoo overwon hij de bezwaren, uit zijne lichamelijke gebreken voortgevloeid. Toch mislukte zijne eerste poging om voor de volksmenigte op te treden; hij maakte niet den minsten indruk en verloor ten gevolge hiervan den moed. Zijn vertrouwen op zijn aanleg tot redenaar had hem geheel begeven; hij meende, dat bij niet alleen wat den vorm, maar ook wat den inhoud betrof, slecht gesproken had. Zijn vriend, de beroemde tooneelspeler Satyrus, sprak hem moed in. Om den jongeling te toonen, hoeveel er van de uiterlijke voordracht afhing, verzocht hij hem, een gedeelte van een treurspel van Sophocles voor te dragen. Demosthenes voldeed aan dit verzoek, Satyrus droeg hetzelfde stuk voor en toonde daarin aan, hoe het leggen van den juisten nadruk en het aanwenden van de juiste gebaarden den inhoud voor de toehoorders eerst recht verstaanbaar maakte.

Opnieuw legde Demosthenes zich met den meesten ijver op zijne studiën