Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

674 Philippus in het Amphictyonenverbond opgenomen.

er op aandrong, dat de Atlieners onmiddellijk vijftig triëeren Ier bescherming der Tliermopylae zouden afzenden. De raad deelde zijne bezorgdheid en riep eene volksvergadering bijeen; doch hier wist Aeschines door eene schitterende rede alle bezorgdheid van het volk te doen wijken. Hij verzekerde, dat Philippus als vriend der Phocensers, als vijand van Thebe kwam, dat hij de gehate Thebanen zou tuchtigen, zoodra hij door de Tliermopylae, middel-Griekenland was binnengerukt.

Met een daverend vreugdegejuich begroette de wufte volksmenigte de rede van Aeschines. Toen Demosthenes eene poging wilde wagen 0111 den bedrogenen de oogen te openen, hieven de vrienden van den verrader zulk een geschreeuw aan. dat zijne stem geheel verdoofd werd; hij kon niet eens aan het woord komen.

Intusschen rukte Philippus tegen den pas der Tliermopylae op. Ook de Phocensers had hij door bedriegelijke beloften en door een beroep op den met hunne vrienden, de Atlieners, gesloten vrede, weten te bedriegen. Met Phalaecus sloot hij eene overeenkomst, waarbij hij den veldheer vrijen aftocht naar den Peloponnesus toestond. De overige Phocensers gaven zich op genade of ongenade aan den overwinnaar over. Zonder een enkele maal het zwaard Ie trekken had Philippus door zijne list den belangrijken pas genomen en Phoces veroverd.

Thans wierp hij het masker af. Hij dacht er niet meer aan. zich vriendschappelijk jegens de Phocensers en vijandig tegen de Thebanen te betoonen; integendeel, hij vervulde alle beloften, door hem aan Thebe gedaan, en stelde dezen staat weder in het bezit van de door de Phocensers ingenomen steden Orchoinenus, Coronaea enz.

Thans schreef zijn belang hem voor, ook het Amphictyonenverbond voor zich te winnen, ten einde voor altijd vasten voet iu Griekenland te verkrijgen.

De raad der Amphictyonen kwam bijeen, om het vonnis over de Phocensers Ie vellen. Het was streng genoeg: allen, die aan den tempelroof hadden deelgenomen, werden vervloekt; zij moesten gedood worden, waar men hen ook aantrof. De overigen werden gedwongen hunne wapenen uit te leveren; hunne steden werden verwoest, zij mochten voortaan slechts in dorpen wonen, terwijl hun land tot eigendom van den god gemaakt werd, wien ze jaarlijks ongehoorde schattingen moesten betalen. Hun recht om in den raad der Amphictyonen mede te stemmen, werd hun ontnomen: de overwinnaar nam voortaan hunne plaats in. Philippus van Macedonië verkreeg niet alleen zitting en stem in dien raad, maar zelfs werd hem de hooge eer toegekend, dat hij voortaan bij de Pythische spelen het voorzitterschap bekleeden zou. Vol schrik en verbazing hadden de Atlieners gezien, welke vruchten hun misplaatst vertrouwen, hun lichtvaardig gesloten vrede droegen. Wel verhieven zich nu stemmen van verontwaardiging tegen Aeschines en tegen allen, die ten gunste van den Macedoniër gesproken hadden, maar het was te laat. I11 den beginne konden de Atlieners niet besluiten, hunne afgevaardigden naar Jen raad der Amphictyonen te zenden. Maar weldra moesten zij ook dezen tegenstand, den eenigen, dien zij nog bieden konden, opgeven! Zelfs Demosthenes ried dit aan; hij vreesde, dat Philippus een algemeen verbond der Grieksche staten tegen Athene in liet leven zou roepen, wanneer deze langer weigerden hunne stem aan het besluit der Amphictyonen te geven. Athene schikte zich eindelijk — in den herfst van 346 —'in hetgeen niet meer te veranderen was en hechtte zijne goedkeuring aan de besluiten der Amphictyonen. Met eene bewonderenswaardige gematigdheid en zellbeheersching maakte philippus van de behaalde zegepraal gebruik. Reeds toen zou het hem wellicht mogelijk zijn geweest, zich van de hegemonie over Griekenland meester te maken, doch zeker eerst na meer dan één heeten strijd. Nog had hij in Griekenland geen vasten voet gekregen, nog was hij in het oog der Grieken een vreemdeling, ja een halve barbaar! De Hellenen zouden het hoofd niet

Sluiten