Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bagoas. Ochus vermoord. Arses. Darius Codomannus. 697

Perzische leger eu later tot opperstadhouder der zeeprovinciën van Klein-Azië aan te stellen.

Mentor gebruikte den invloed, dien hij op den koning verworven had, om ook zijn broeder Memnon in Perzischen dienst te doen treden. Beide broeders waren reeds vroeger in Perzië geweest, doch hadden de vlucht moeten nemen, dewijl zij medeplichtig geweest waren aan eene poging tot opstand, door den satraap Artabazus beproefd. Thans keerden zij naar Perzië terug, waar zij den koning als bekwame veldheeren belangrijke diensten bewezen.

Uit Phoenicië trok Artaxerxes naar Egypte; hier overwon hij den koning Nectanehus en onderwierp hij het Nijlland opnieuw aan zijn gezag. Met gruwelijke wreedheid strafte hij de Egyptenaars voor hun opstand; hij bespotte al hunne zeden en gewoonten, zelfs hun godsdienst, door den stier Apis te dooden. Vervolgens trok hij, met schatten beladen, naar zijne Perzische residentie terug, waar hij zich aan een allerlosbandigst leven overgaf. Hij bekommerde zich weinig of niet om de regeering; deze werd door Mentor en Bagoas gevoerd.

Bagoas, des konings gunsteling, haatte zijn heer met geheel zijne ziel, nooit kon hij hem de schennis van de Egyptische heiligdommen en het dooden van den Apjs vergeven. In het jaar 339 v. C. spande hij met den lijfarts des konings samen, van dezen ontving hij een giftdrank: Artaxerxes Ochus stierf onmiddellijk nadat hij den beker geledigd had. Ook aan het lijk des vorsten koelde Bagoas zijne woede; hij liet het in stukken scheuren en, tol ontzetting der Perzen, aan de katten als spijze voorwerpen.

Bagoas had reeds bij het leven van Artaxerxes Ochus met onbeperkte macht geheerscht; thans trok bij van zijne macht partij om den jongsten zoon des konings, Arses, in het jaar 339 v. C. op den troon te plaatsen. Arses moest zijn creatuur zijn en alleen in naam het bewind voeren. Om zijne heerschappij op hechter grondslagen te vestigen, liet Bagoas al de overige zonen van den overleden vorst vermoorden.

Nauwelijks twee jaren lang had Arses den koninklijken diadeem gedragen. toen hij de lastige voogdij van den eunuch moede werd. Bagoas bemerkte dit spoedig en hij aarzelde geen oogenblik zijn eigen creatuur te vernietigen; ten einde niet zelf door de hand van moordenaars te vallen, otterde hij koning Arses op; de ongelukkige werd met al zijne kinderen vermoord.

Het koninklijk huis was bijna uitgestorven; van de afstammelingen van Darius, Hystaspes' zoon, waren slechts enkelen in leven. Eén hunner, Darius Codomannus, was de achterneef van Artaxerxes Ochus. In hem meende Bagoas een werktuig voor zijne plannen te vinden; hem plaatste hij dus op den troon.

Darius was geheel het tegenbeeld der vroegere Perzische vorsten. Aan persoonlijke dapperheid — hij had zich in een vroegeren veldtocht zeer onderscheiden — paarde hij eene welwillendheid en zachtmoedigheid, die hem bij alle Perzische grooten bemind maakte. Hij verafschuwde den moordenaar Bagoas, ofschoon hij het zich liet welgevallen, door hem op den troon te worden geplaatst. Doch hij had vast besloten, zich niet naar den wil van den eunuch te voegen.

Bagoas draalde niet, opnieuw een giftdrank te mengen, maar te rechter tijd was Darius gewaarschuwd; hij riep den kamerdienaar tot zich en dwong hem om den drank, dien deze gemengd had, nu zelf te drinken. Van nu al regeerde Darius over het uitgestrekte Perzische rijk met ernst en zachtheid. Gelukkiger tijden schenen terug te keeren. nergens opstand, nergens ontevredenheid ! De naam van den rechtvaardigen en menschlievenden koning werd door al de onder zijn schepter staande volksstammen met eere genoemd.

Bijna scheen het, dat de oude dagen van roem en luister voor het Perzische rijk zouden terugkeeren, en toch was juist Darius IH Codomannus bestemd om dien glans voor altijd uitgebluscht te zien, want tegen hem rustte Alexander de Groote zijne heirscharen ten strijde.

Sluiten