Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Briefwisseling tusschen Dariiü en Alexander. Damascns ingenomen. 703

en kinderen gekweld, besloot hij aan Alexander Ie schrijven. In dien brief beklaagde hij zich over den onrechtvaardigen aanval des konings, met wien hij steeds in vrede had geleefd en bood hij Alexander zijne vriendschap aan.

Maar de toon van den brief was niet die van een overwonnene; Darius smeekte niet om genade, hij schreef nog altijd als de machtige monarch der Perzen.

Alexander, door die trotsche taal beleedigd, antwoordde niet minder uit de hoogte en deed den Perzischen koning scherpe verwijten. Hij verklaarde, dat hij als een wreker der Grieken in Azië was verschenen, als de zoon van Philippus, om voldoening te eischen voor al de beleedigingen, welke koning Artaxerxes zijn vader had aangedaan. Hij sloot zijn brief, nadat hij op zijne behaalde overwinningen gezinspeeld had, met de volgende woorden:

«Dewijl ik alzoo meester van Azië ben, kom ook gij tot mij; meent gij evenwel, in dit geval nog eenige reden tot bezorgdheid te hebben, zend dan eenigen uwer edelen, om u voldoende zekerheid te verschaffen. Zoodra gij bij mij aangekomen zijt, zullen uwe wenschen omtrent de teruggave van uwe moeder, echtgenoot en kinderen bij mij een gunstig oor vinden; wat gij van mij begeeren zult, zal u geworden. Overigens behoort gij, wanneer gij weer eenig bericht tot mij zenden mocht, u tot mij als tot den koning van Azië te wenden en niet aan mij als aan uws gelijke te schrijven, maar mij, als den heer van alles wat eens het uwe was, uwe wenschen met betamenden eerbied voor te leggen. Wanneer gij hiermede in strijd handelt, zal ik u als een beleediger van mijne koninklijke majesteit behandelen. Zijt gij echter ten aanzien van het bezit der opperheerschappij van eene andere meening, wacht mij dan nog eens in het veld af, om deze zaak met het zwaard te beslissen; ik, van mijn kant zal u opzoeken, waar gij ook zijt!"

Zulk een voorstel aan te nemen was Darius onmogelijk, hoewel hij volkomen bereid was tot bet brengen van groote offers, indien hij daardoor den vrede koopen kon. Men verhaalt, dat hij later nog eens aan Alexander geschreven, hem een hoogstaanzienlijk losgeld voor zijne familie aangeboden en tegelijk zich bereid verklaard heeft om den Macedoniër de Aziatische gewesten tot aan den Euphraat af te staan.

De oude Parmenio, die bij het ontvangen van den brief tegenwoordig was, sprak: »Ik nam dezen voorslag aan, wanneer ik Alexander was."

J'Ook ik zou het doen," antwoordde Alexander, «indien ik Parmenio was. Maar Alexander was juist niet Parmenio, zijne eerzucht stelde zich niet met een deel der heerschappij tevreden, geheel Azië moest aan zijn sclnpter onderworpen worden.

Het eerste wat Alexander na den slag hij Issus deed, was het afzenden van eene legerafdeeling onder Parmenio naar Damascus. Het gelukte dezen veldheer, deze belangrijke stad zonder slag of stoot in te nemen en daar onnoemlijke schatten aan goud en zilver en aan kostbaar huisraad buit te maken. Eenige duizenden gevangenen vielen met den geheelen harem en een talrijken slavenstoet in de handen der Macedoniërs. Parmenio schreef in zijn bericht aan Alexander: »Ik trof daar aan: 321) meisjes, die voor den koning moesten muziek maken en dansen; 46 kransenvlechters, 277 koks, om het eten toe te bereiden, 29 koks, om te braden en te koken; 13 mannen, met de zorg voor de melk, 17, met het bereiden van dranken, 70, met hel warmen van den wijn, 70 met het mengen van zalven belast." Deze getallen geven ons eenig denkbeeld van de kostbare hofhouding, welke Darius voerde; onder de gevangenen, die te Damascus in Parmenio's handen vielen en door hem naar Alexander gezonden werden, bevonden zich ook gezanten der Spartanen, der Atheners en der verbannen Thebanen, die vóór den slag bij Issus tot Darius gekomen waren, om met hem te onderhandelen.

Kort te voren hadden enkele Perzische satrapen zich met de Grieken in betrekking gesteld, om hen tot een opstand tegen Alexander te bewegen. Hunne pogingen waren zoowel te Athene als te Sparta met een gunstigen

Stkeckfuss. I. ak

Sluiten