Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

706 De Grieksche gezanten gevangen genomen. Phoenicië verovert.

uitslag bekroond. Reeds rustte koning Agis II een leger uil, om tegen Antipaier ten strijde te trekken; ook de Atheners en de te Athene wonende Thebaansche ballingen betoonden zich bereid om aan een veldtocht tegen de Macedoniërs deel Ie nemen en zonden derhalve gezanten naar Darius, om een verbond te sluiten.

Deze gezanten werden thans als gevangenen voor Alexander gebracht. Wel had hij, volgens de denkbeelden dier tijden, zich op hen mogen wreken voor de ontrouw der Grieken, maar hierdoor zou hij de Hellenen, die in zijn leger dienden, beleedigd en den opstand in Griekenland des te zekerder in het leven geroepen hebben. Met wijze gematigdheid gaf hij in dit geval aan eene zachte behandeling de voorkeur.

De beide Thebanen stelde hij terstond op vrije voeten. Hij erkende, dat dezen rechl hadden om zich jegens hem vijandig te betoonen. Den Atheenschen gezant Iphicrates, een zoon van den beroemden veldheer van dien naam, hield hij bij zich en behandelde hem als zijn gastvriend. Door middel van gunstbewijzen wilde hij dezen invloedrijken man en alzoo de Atheners voor zich winnen. Alleen de Spartaansche gezant werd een tijd lang als gevangene behandeld, doch later insgelijks in vrijheid gesteld. Door dit verstandig en edelmoedig gedrag bereikte Alexander volkomen zijn doel. De Grieken hielden zich rustig en de lijding van de schitterende overwinning, door Alexander bij Issus behaald, verijdelde al de plannen zijner vijanden.

Na deze zegepraal stond den veroveraar de weg naar bet hart van Azië open. Toch besloot Alexander, voordat hij zich met het vervolgen van Darius bezig hield, de geheele zeekust te onderwerpen, ten einde op die wijze de Perzische viool in liet vervolg geheel onschadelijk te maken.

In plaats van Darius op te zoeken ot den monarch het samentrekken van eene nieuwe krijgsmacht te beletten, trok hij langs de kust zuidwaarts en onderwierp hij op dien zegevierenden tocht geheel Phoenicië aan zijne macht.

De kleine Phoenicische sleden, die sinds lang slechts met tegenzin den Perzen gehoorzaamd hadden, gaven zich zonder tegenstand over. Ook Sidon, dat eerst sedert korten tijd weer in bloei toegenomen was. erkende de Macedonische heerschappij.

Van Sidon trok Alexander naar Tyrus. Reeds op den weg derwaarts werd hij begroet door een gezantschap, dat uit de aanzienlijkste burgers dier rijke handelsstad bestond en hetwelk verklaarde, dat de Tyriërs volgaarne bereid zouden zijn om alles te doen wat de koning van hen verlangde. Alexander betuigde hun zijn dank en verklaarde, dat hij met zijn leger naar Tyrus trekken zou, om in den tempel van Heracles (zou noemden de Grieken den god Melkart der Tyriërs) een plechtig offerfeest te vieren.

Terwijl de koning met zijn leger langzaam voorwaarts rukte, snelden de gezanten hem vooruit, om zijn antwoord aan de stad over te brengen. De raad van Tyrus kwam bijeen en besloot, aan de Macedonische soldaten onder geen voorwendsel, hoe ook genaamd, den toegang tot de stad te vergunnen. Tyrus, de rijkste der Phoenicische handelssteden, was in menig opzicht door de Perzen begunstigd, en de raad vreesde derhalve, tegenover de Perzen in ,eene scheeve houding te zullen geraken, wanneer hij zich jegens Alexander welwillend gedroeg. Hoe licht was het mogelijk, dat Darius met een opnieuw bijeengebracht leger over de Macedoniërs zegevierde, dan zou de trouwelooze stad ongetwijfeld door de wraak van den Perzischen koning getroffen worden. Alleen tot. eene strikte onzijdigheid wilde de raad zich verbinden, hij wilde toestaan, dat Alexander zijn offer in den tempel der oude stad Tyrus bracht; Nieuw-Tyrus daarentegen moest voortaan zoowel voor Macedonische als voor Perzische krijgslieden gesloten blijven.

Toen Alexander dit besluit vernam, brak hij oogenblikkelijk alle onderhandelingen af; wat hem niet goedschiks toegestaan werd, zou hij met geweld zich verschaften. Tyrus moest en zou voor zijn wil buigen. Alles was hem

Sluiten