Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

711

aan de zeekust, eene handelsstad, waaraan hij den naam Alexandrië gaf. Om haar des te sneller tot bloei en ontwikkeling te brengen, wendde hij al de macht van een onbeperkt alleenheerscher aan. Hij beval, dat al de reeders en kooplieden van Canopus, dat drie mijlen van Alexandrië verwijderd lag. naar de nieuwe stad zouden verhuizen en voor dezen maatregel van geweld moesten zij zwichten, hoe groote verliezen voor ben daaruit ook voortvloeiden; tevergeefs poogden zij, na Alexanders vertrek uit Egypie, den door dezen achtergelaten hoogsten financieelen ambtenaar, Cleomenes, om te koopen. Deze nam wel hun geld aan, maar dwong in weerwil hiervan de reeders en kooplieden van Canopus toch om zich naar Alexandrië te verplaatsen.

De nieuwe stad nam spoedig in bloei toe; met ongeloofelijke snelheid groeide hare bevolking aan; haar handel verbond Europa met Indië; zij werd het middelpunt van Grieksche beschaving aan de noordkust van Afrika voor de volgende eeuwen en nog heden staat Alexandrië als een reusachtig gedenkteeken van de daden van Alexander den Groote daar. Na het stichten van de nieuwe stad ondernam de koning een avontuurlijken tocht naar bet orakel van Ammon, op de oase Siwah in de Lybische woestijn gelegen.

»In de uitgestrekte vlakte van Lybië, aan welker ingang het verweerde, uit rotssteen gehouwen beeld der beschermende Sphinx en de half in het zand verzonken pyramiden der Pharao's staan, in «leze eenzame, doodstille woestenij, die zich van den rand van het Nijldal af in onafzienbare verte westwaarts uitstrekt, en met welker stuifzand een gloeiende zuidenwind het zware spoor van den kameel uitwischt, ligt, gelijk een groen eiland in de zee, door hooge palmen overschaduwd, door bronnen en beken en door den dauw des hemels gedrenkt, de laatste plek waar zich leven vertoont te midden der aan alle zijden stervende natuur, de laatste rustplaats voor den zwerver door de woestijn. Onder de palmen der oase staat de tempel van den geheimzinnigen god. die eens in eene heilige boot uit het land der Aethiopiërs naar het van honderd poorten voorziene Thebe gekomen en van Thebe door de woestijn getrokken was, om op de oase eene rustplaats te vinden, en zich aan zijn zoon, die hem zocht, te openbaren in eene geheimzinnige gedaante. Een vroom priesterlijk geslacht woonde rondom den tempel van den god. ver van het gewoel der wereld in heilige eenzaamheid, waarin Ammon Zeus. de god des levens, hun nabij was. Zij leefden voor zijn dienst en voor de verkondiging van zijne orakels, om welke te vernemen de volken van verre en van nabij heilige boden en geschenken zonden. Naar dezen tempel in de woestijn besloot de Macedonische koning een tocht te ondernemen, ten einde den grooten god aangaande groote dingen te ondervragen" *).

En Alexander bracht zijn plan ten uitvoer. Aan het hoofd eener kleine krijgsbende trok hij door de woestijn en bezocht hij Jen tempel van den god. Alleen door den oppersten priester vergezeld trad hij bet heiligdom binnen en vernam hij de uitspraak van het orakel. Wat hier in bet binnenste des tempels voorgevallen is, weet niemand. De Macedoniërs verhaalden, en dit verhaal is door de geschiedschrijvers overgenomen — Diodorus deelt het ons mee, — dat de priester met de woorden: »Wees welkom, mijn zoon!" als met eene toespraak vanwege de godheid Alexander begroette.

»Ik neem dien groet aan, Vader!" antwoordde Alexander, «voortaan zal ik de uwe heeten, doch beloof mij de heerschappij over de geheele aarde. De priester leidde den koning naar het allerheiligste en de god verzekerde hem, dat hij de bede gewisselijk toestaan zou. »Geef mij, onsterfelijke" ging Alexander voort, »nog antwoord op ééne vraag; zeg mij, of ik al degenen gestraft heb, die deel hebben genomen aan den moord, op mijn vader gepleegd, dan wel ol sommigen hunner aan mijne wraak ontkomen zijn."

»Hem, die u heeft voortgebracht," antwoordde het orakel, »kan nooiteen

*) Uit Droysens Geschiedenis van Alexander den Grooten.

Sluiten