Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

723

den ongelukkige eindelijk de gewenschte bekentenis; hierop werd hij ter dood gebracht. Eenige andere bevelhebbers, die verdacht waren van medeplichtigheid aan de samenzwering van Dimnus, volgden Philotas in den dood. Een groot aantal zijner vrienden wist zich door de vlucht aan hetzelfde Lot te onttrekken. Anderen ontvingen genade, dewijl Alexander vreesde, door te vele doodvonnissen de verontwaardiging van het leger gaande te zullen maken.

Des konings eerste werk was nu het doodvonnis over Parmenio te vellen en voor de voltrekking zorg te dragen; doch dit kon alleen in het geheim geschieden. Een oud vriend van Parmenio, Polydamas, werd bij den koning geroepen; hij sidderde voor zijn leven, reeds meende hij, dat ook bij, de vriend van den gehaten man, met den dood bedreigd werd. In weerwil hiervan waagde hij het niet, aan het bevel zijns konings ongehoorzaam te zijn.

Alexander ontving hem vriendelijk en beval hem, naar Ecbatana te reizen, om twee brieven aan Parmenio over te brengen; een derde briel moest aan de onderbevelhebbers te Ecbatana overhandigd worden. Dit schrijven behelsde de koninklijke verklaring, dat Parmenio aan hoogverraad schuldig was, en het bevel om den verrader uit den weg te ruimen. Twee broeders van Polydamas bleven als borgen voor de trouw van den bode bij Alexander achter.

Polydamas ging terstond met vertrouwde gidsen op reis; op vlugge kameelen legde hij in elf dagen den langen weg door de onherbergzame streken af. Met het vallen van den nacht kwam hij in het kamp bij Ecbatana aan. Onmiddellijk verstond hij zich met den veldheer Cleander en de overige onderbevelhebbers; hij liet hun het koninklijke bevelschrift zien en ontving de belofte van hunne medewerking.

Den volgenden morgen liet Polydamas zich bij Parmenio aandienen. Deze, die juist met Cleander in den tuin op en neder wandelde, snelde zijn ouden vriend te gemoet, omarmde hem op het hartelijkst en nam de brieven, door Polydamas hem gebracht, in ontvangst. Terwijl hij die las, stiet Cleander hem zijn zwaard in de borst, de overige bevelhebbers wierpen zich nu op den gewonde en maakten een eind aan zijn leven.

Parmenio was zoo bemind bij zijne soldaten, dat deze, toen zij het bericht van den dood huns aanvoerders ontvingen, in blinde woede de moordenaars wilden dooden. Slechts met moeite slaagde men er in, de soldaten tot bedaren te brengen, door hun de door Alexander zelf geschreven brieven te laten zien.

Na deze bloedige daad gevoelde Alexander zich veilig. Hij gebruikte den herfst en den winter om de ten zuidwesten van den Hindoe-Koh gelegen provinciën te bedwingen. Ofschoon hij nergens eene legermacht van eenige beteekenis te bestrijden had, waren aan deze veldtochten toch groote moeilijkheden verbonden. De troepen leden verschrikkelijk door de koude en door gebrek aan levensmiddelen. Om zijne heerschappij in deze wildernissen te bevestigen, stichtte hij in de nabijheid der zuidelijke helling van de passen van den Hindoe-Koh eene nieuwe stad, Alexandria aan den Kaukasus genaamd.

Tegen het einde van den winter besloot hij, naar Bactrië op te rukken, om den satraap Bessus de lang uitgestelde straf te doen ondergaan.

«Zoodra nu de dagen der strengste koude voorbij waren" — met deze woorden schetst Droysen den marsch van Alexander over den Hindoe-Koh — »brak Alexander, na op Helleensche wijze plechtige offeranden gebracht en luisterrijke wedspelen gehouden te hebben, uit zijne winterkwartieren op, om het eerste voorbeeld van een overtocht over een gebergte te gevën, welks verbazingwekkende stoutheid alleen door de waagstukken van Hannibal en Napoleon geëvenaard wordt. De omstandigheden, waaronder Alexander den marsch ondernemen moest, vermeerderden de daaraan verbonden bezwaren in hooge mate: nog was het gebergte met sneeuw bedekt, de lucht koud, de weg schier onbegaanbaar. Wel trof men een groot aantal dorpen aan, welker inwoners vredelievend gezind en bereid waren om te geven wat zij hadden; maar zij hadden niets dan hunne kudden. De bergen, die niet met wouden

4G*

Sluiten