Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alexanders laatste ziekte. Zijn dood.

753

de hevigste pijnen overvallen. Luid kennend wierp hij zich ter aarde, zoodat zijne vrienden hem uit het gezelschap moesten wegvoeren.

Alexander was ernstig ziek; hij kon niet naar zijn paleis terugkeeren: hij lag den geheelen nacht in eene hevige koorts en was den volgenden morgen niet in staat om op te staan; den geheelen dag moest hij het bed houden.

Uil het huis van Medius werd de koning naar zijn paleis vervoerd; de koorts verliet hem niet weer; zijn geest had geen rust. In weerwil van zijne zware ziekte riep hij toch zijne veldheeren tot zich en gaf hij hun allen zijne bevelen voor den tocht naai Arabië. De landmacht moest vier dagen later den marscli aannemen, en de vloot een dag daarna afzeilen, hij zelf wilde zich op een der vaartuigen inschepen.

Deze beschikkingen konden niet ten uitvoer gelegd worden, want met ieder uur verergerde de zieke, de koorts nam toe en verslond de krachten des konings, die niet te bewegen was om zich zelf te ontzien. Onophoudelijk, totdat het bewustzijn hem verliet, nam hij maatregelen voor den veldtocht. Nog in de laatste dagen zijns levens, ofschoon hij zóó zwak was, dat hij nauwelijks meer spreken kon, riep hij zijne krijgslieden tot zich.

Toen het gerucht van Alexanders ziekte in het kamp doorgedrongen was. verdrongen de soldaten elkander rondom het koninklijk paleis en eischten zij met luider stem dat men hen binnen laten zou. Nog eenmaal wilden zij hun veldheer zien, dien zij in zoovele gevechten ter zijde gestaan hadden. Op Alexanders bevel werden zij ongewapend in het paleis toegelaten en langs zijn bed geleid. Alexander knikte hun vriendelijk toe, aan ieder hunner reikte hij de rechterhand. Spreken kon hij niet meer.

Den volgenden dag, den llen Juni 3ü3, tegen den avond overleed hij, nog geene drie en dertig jaren oud. Slechts twaalf jaren en acht maanden had hij geregeerd en in dit korte tijdperk eene geheele wereld veroverd. Men verhaalt dat bij kort voor zijn dood, op de vraag: aan wien bij zijn rijk naliet, antwoordde: »aan der. dapperste," en dat hij zijn zegelring, dien bij van zijn vinger trok. aan zijn veldheer Perdiccas overgaf. *)

*) Deze laatste woorden worden door nieuwere geschiedschrijvers — en terecht — naar het rijk der legende verwezen.

EINDE VAN HET EERSTE DEEL DER OUDE GESCHIEDENIS.

Streckfuss. i.

48

Sluiten