Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit jaar 1861 gaf zich het Duitsche nationaal gevoel op een wijze lucht, die bewees hoe geprikkeld, ja overprikkeld het was. Terwijl op de nationale bijeenkomsten en feesten, waarvan ik vroeger al sprak, de geestdrift steeds meer werd aangewakkerd, werden sommige gemoederen zoo diep geschokt door de schande, dat het groote Du.tschland tot zulk een onmacht was vervallen, dat enkele daardoor geheel tot verbijstering werden gebracht en een student Becker te Baden-Baden zelfs een moordaanslag op het leven van den koning van Pruisen Plee£^j omdat, zooals hij verklaarde, deze zoo weinig voor Duitschland deed.

Onder de Duitsche staatslieden waren enkelen die plannen ontwierpen om aan den door hen hetzij als rechtmatig, hetzij als onafwijsbaar erkenden volkswensch te geinoet te komen, maar zij behaalden daar geen succes me e. In de eerste plaats de Badensche minister Roggenbach, die zelfs voor Klein-Duitschland een soortgelijke staatsinrichting ontwierp als later in het Duitsche rijk is verwezenlijkt, maar daarvoor toen weinig steun vond, zelfs niet bij Pruisen. In de tweede plaats de Saksische minister Beust, die met de hem eigene eenigszins lichtvaardige voortvarendheid een plan ontwierp, waarbij in plaats van den Bondsdag, regelmatige conferenties der Duitsche ministers onder wisselend presidium van Oostenrijk en Pruisen zouden treden met een vergadering van afgevaardigden der verschillende landdagen voor de algemeene wetgeving en een rij "sgerechtshof voor beslissing van constitutioneel geschillen Na overleg met Rechberg, die zelf sedert het Februari-patent aan de oude staatkunde van onbeperkte handhaving van het status quo met langer meende te mogen vasthouden, omdat Oostenrijk nu zelf een constitutioneele staat was geworden, zond lnj zijn door dezen gewijzig en daardoor geenszins verbeterd plan aan de Duitsche regeennge . Maar het vond niets dan afkeuring van liberalen en klein-Duitschers zoowel als van conservatieven en aanhangers van Oostenrijk lJen eersten ging het niet ver genoeg, de anderen vonden het «volution„air Het zou dan ook geheel zonder gevolg zijn gebleven, als het niet een van 20 December 1861 gedateerd antwoord van Pruisen had uitgelokt, waarin gezegd werd dat een nauwer vereeniging me o worden verkregen door wijziging der bondsacte, maar alleen oor vrij willige overeenkomsten der Duitsche staten ouder elkander, binnen

grrTp^k ™ Pruisen, hoewel geredigeerd door Bernstorff, die alles behalve een revolutionnair was, verwekte hevige verontwaardiging

Sluiten