Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenals Roon bereid er voor te strijden. Voor hem was het de vraag, wie meester zou zijn in Pruisen, de koning of het parlement, en geen oogenblik weifelde hij met het antwoord. En daarom achtte hij het zijn duren plicht den strijd vol te houden, en dacht hij er geen oogenblik aan dien op te geven. Alleen als de koning het hem gebood, wilde hij zijn post verlaten. ^ .

Daarom gordde hij zich al dadelijk tot den strijd, dien hij zich niet ontzag met alle wapens te voeren die hem ten dienste stonden. Vandaar dat reeds dadelijk bij de nieuwe verkiezingen (het huis van afgevaardigden was natuurlijk ontbonden) de bedenkelijkste middelen werden aangewend om aan de regeeringscandidaten de zege te verzekeren. Toen dit geen ander gevolg had dan dat de conservatieven slechts elf stemmen in de kamer verkregen, werden met zijn volle goedkeuring en medewerking door de ministers van binnenlandsche zaken en justitie, Eulenburg en Von der Lippe, alle middelen toegepast, welke in Frankrijk werden gebruikt om de oppositie te bedwingen. Maar hij stiet op een even vast besloten tegenstand. Steunend op hun ontwijfelbaar recht, en zeker van bij elke verkiezing in grooter getale herkozen te worden, hielden de liberalen in het Huis van afgevaardigden den strijd vol, zich verwerende met alle middelen, die hun ten dienste stouden. Vergeefs was het dat de vele burgerlijke en rechterlijke ambtenaren onder hen op alle mogelijke wijze door de regeering werden geplaagd, gehinderd en achteruitgezet; zij lieten zich daardoor niet afschrikken van even krachtig als hun volkomen onafhankelijke ambtgenooten het goed recht der volksvertegenwoordiging te verdedigen. Zoo verkreeg in 1863 de strijd in liet nieuwe huis al dadelijk een nos hatelijker karakter dan in het vorige; blijkbaar wilde de regeering een open breuk. Een geschil tusschen Roon en een der vice-presideuten van het huis over de rechten der ministers in de vergadering gaf daartoe gereede aanleiding; de zitting werd gesloten zonder dat zelfs de behandeling der begrooting was begonnen. In Juni verscheen toen, bij afwezigheid van den landdag, een voorloopig reglement op de pers, dat alles overtrof wat zelfs in de dagen van den staatsgreep in Frankrijk was gedaan. Het ergerlijkste daarbij was, dat de regeering beweerde dat zij de grondwet geen geweld aandeed, en zich beriep op haar plicht om tegen revolutionaire aanslagen op den staat te waken; de wetsduiding en huichelarij uit de dagen van Manteuffel en W estphalen scheen teruggekeerd. De toestand werd zoo gespannen, dat de

Sluiten